Het Fundament Les 3 van 4 in deze sectie
Les 2 van 21 10%

Het Fundament — Les 3 van 4

Les 2: Wat is er over God bekend?

Inleiding

Ieder mens ziet om zich heen dingen gebeuren, die hij niet kan begrijpen, die hij niet kan verklaren noch tot stand brengen. Hij bevindt zich in een universum waarin alles in ordelijke beweging is. Wanneer hij buiten de bijbel om probeert de oorsprong van de macht te onthullen die alles in stand houdt, dan is zijn moeite tevergeefs. Zijn pogingen om in het heelal de bron van alle leven te ontdekken zijn vruchteloos. In de bijbel wordt die bron genoemd: God.

Sven Hedin, de Zweedse onderzoeker van Azië (1865-1952) zei: ‘In welk land ik ook kwam en welk volk ik ook onderzocht, nooit vond ik een stam die niet op enige wijze zich God voorstelde en Hem vereerde.’ Dat is een constatering waartoe veel onderzoekers en wereldreizigers zijn gekomen. Er is niet één natuurvolk dat niet een of andere vorm van godsverering heeft. Alleen de ‘gematerialiseerde’ en gedemoraliseerde mens komt tot de uitspraak dat er geen God is. Hierbij moet toegegeven worden dat het gedrag van veel zogenaamde christenen het aanvaarden van het bestaan van een God er niet gemakkelijker op maakt.

Godsbewijzen

Er zijn drie bewijzen voor het bestaan van God. Allereerst de natuur. Wie de natuur beziet, ervaart tegelijkertijd de Schepper daarvan. De apostel Paulus roept de natuur als getuige, zodat er voor ongeloof geen rechtvaardiging bestaat. ‘Want hetgeen van Hem niet gezien kan worden, Zijn eeuwige kracht en goddelijkheid, wordt sedert de schepping der wereld uit zijn werken met het verstand doorzien, zodat zij geen verontschuldiging hebben.’ Romeinen 1:20.

Het tweede bewijs is het geweten. We hebben een soort ingeschapen godsbesef. De bijbel zegt daarover: ‘Wanneer toch heidenen, die de wet niet hebben, van nature doen wat de wet gebiedt, dan zijn dezen, ofschoon zonder wet, zichzelf tot wet; immers, zij tonen, dat het werk der wet in hun harten geschreven is, terwijl hun geweten medegetuigt en hun gedachten elkander onderling aanklagen of ook verontschuldigen. Romeinen 2:14-15.

Het derde godsbewijs ligt in de bijbel besloten. Dit heilige boek verhaalt uitvoerig over Gods wezen en karakter. Het hoogtepunt van Zijn liefde voor ons is het offer van Zijn Zoon Jezus Christus*. ‘Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe. Johannes 3:16.*

Gods woonplaats

Paulus zegt dat God in de hemel woont en dat zondige mensen Hem niet kunnen zien. ‘(…) onze Here Jezus Christus, welke te zijner tijd de zalige en enige Heerser zal doen aanschouwen, de Koning der koningen en de Here der Heren, die alleen onsterfelijkheid heeft en een ontoegankelijk licht bewoont, die geen der mensen gezien heeft of zien kan. Hem zij eer en eeuwige kracht! Amen.’

1 Timótheüs 6: 14 l.d.-16.

Vanuit deze niet te benaderen woonplaats die ‘de troon van God’ genoemd wordt, vervult een onvoorstelbare kracht het hele universum. Zij dringt door tot de verst verwijderde ster en tot het kleinste atoom. Zij onderhoudt al het geschapene.

Gods persoonlijkheid

God maakte Zich bekend als een persoonlijk wezen door middel van Zijn zoon. We stelden reeds vast dat niemand God heeft gezien. De navolgende tekst herhaalt dat, maar voegt daar nog aan toe dat Hij wel aan ons is bekendgemaakt. ‘Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, die aan de boezem des Vaders is, die heeft Hem doen kennen.’ Johannes 1:18.

Behalve dat door Zijn Zoon de eigenschappen van de onzichtbare God geopenbaard zijn, doet de bijbel nog meer onthullingen over Zijn persoonlijkheid. Hij spreekt, hoort, ziet, kan Zich ergeren (verdriet hebben, zegt de Statenvertaling) en blij zijn. ‘En zie, een stem uit de hemelen zei: Deze is mijn Zoon, de geliefde, in wie Ik mijn welbehagen heb.’ Matthéüs 3:17.

‘Nu is mijn ziel ontroerd (…)’ Johannes 12:27 e.d.

‘Zou Hij, die het oor plantte, niet horen? die het oog vormde, niet zien?’ Psalm 94:9.

‘De ogen des Heren zijn aan alle plaatsen, opmerkzaam acht gevend op kwaden en goeden.’ Spreuken 15:3.

‘Veertig jaren heb Ik Mij geërgerd aan dat geslacht, Ik zei: Het is een volk, dwalende van hart, en zij kennen mijn wegen niet.’ Psalm 95:10.

‘Want zoals een jongeling een maagd huwt, zullen uw zonen u huwen, en zoals de bruidegom zich over de bruid verblijdt, zal uw God Zich over u verblijden.’ Jesaja 62:5.

Hoewel we Zijn aard niet volledig kunnen doorgronden, tonen de hierboven genoemde eigenschappen dat we met een persoonlijk Wezen te doen hebben.

We kunnen ons het uiterlijk van God niet goed voorstellen. Het overtreft verre onze verwachtingen. Om niet een onjuist, primitief beeld van Hem te creëren is het verboden om de Eeuwige uit te beelden en dat beeld doel van aanbidding te doen zijn. Zie Exodus 20:4-6. Toch is het mogelijk om je enigszins een beeld van Hem te vormen. *‘En God zei: Laat Ons mensen maken naar Ons beeld, als Onze gelijkenis, opdat zij heersen over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over het vee en over de gehele aarde en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt.*En God schiep de mens naar Zijn beeld; naar Gods beeld schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen.’ Genesis 1:26-27.

Door zonde en degeneratie is het godsbeeld in de mens in hoge mate verstoord. Adam, in zijn zondeloze staat, geeft in zijn lichamelijke verschijning, zowel als in zijn edele karakter en de grootte van zijn geestesgaven een beeld van de eeuwige God. Ook in latere tijden wordt God soms beschreven met ‘menselijke’ trekken. Daniël 7:9 zegt bijvoorbeeld*: ‘Terwijl ik bleef toekijken, werden tronen opgesteld, en een Oude van dagen zette Zich neder; zijn kleed was wit als sneeuw en zijn hoofdhaar blank als wol; zijn troon bestond uit vuurvlammen, de raderen daarvan uit laaiend vuur.’*

Enkele karaktereigenschappen

a          God is eeuwig

God is zonder begin en zonder eind*. ‘Eer de bergen geboren waren, en Gij aarde en wereld hadt voortgebracht, ja, van eeuwigheid tot eeuwigheid zijt Gij God.’ Psalm 90:2.*

b         God is liefde

Alles in de schepping getuigt van Zijn liefde en van Zijn verlangen om de mens gelukkig te maken. Het levende organisme wordt door Zijn altijd aanwezige zorg in orde gehouden. Zijn belangrijkste eigenschap is liefde. ‘Wie niet liefheeft, kent God niet, want God is liefde.’

1 Johannes 4:8.

c          God is rechtvaardig

Tot Zijn wezen behoort rechtvaardigheid en waarheid. Niemand is onschuldig voor Hem. ‘(…) onze God, de Rots, wiens werk volkomen is, omdat al Zijn wegen recht zijn; een God van trouw, zonder onrecht, rechtvaardig en waarachtig is Hij.’ Deuteronomuim 32: 43:3 l.d.-4.

‘Want de Here is rechtvaardig en Hij heeft gerechtigheid lief; de oprechten zullen zijn aangezicht aanschouwen.’ Psalm 11:7.

d         God is onveranderlijk

Hij is onveranderlijk in Zijn wezen, Zijn uitspraken en Zijn doen. ‘Iedere gave, die goed, en elk geschenk, dat volmaakt is, daalt van boven neder, van de Vader der lichten, bij wie geen verandering is of zweem van ommekeer.’ Jakobus 1:17.

 Een van de mooiste beschrijvingen van God geeft Mozes. ‘De Here ging aan hem voorbij en riep: Here, Here, God, barmhartig en genadig, lankmoedig, groot van goedertierenheid en trouw, die goedertierenheid bestendigt aan duizenden, die ongerechtigheid, overtreding en zonde vergeeft.’ Exodus 34:6-7 e.d.

We kunnen slechts een beperkte kennis van God hebben. Alleen dat wat in Zijn woord over Hem geopenbaard wordt, is voor ons van belang. Alles wat daar bovenuit gaat zijn slechts vermoedens.

Zijn alomtegenwoordigheid

Hoewel de bijbel leert dat God een persoonlijk wezen is, is Hij toch overal aanwezig. Dit is het grote verschil met de vele primitieve religies, die hun god binden aan een voorwerp, plaats of natie. ‘De God, die de wereld gemaakt heeft en al wat daarin is, die een Heer is van hemel en aarde, woont niet in tempels met handen gemaakt.’ Handelingen 17:24.

God heeft u lief

Velen stellen zich God voor als een harde, meedogenloze Rechter; als iemand die er plezier aan beleefd om Zijn schepselen te straffen. Toch is dat niet in overeenstemming met de waarheid. Jezus, Die ons de Vader wil bekendmaken zegt over Hem: *‘Want de Vader zelf heeft u lief.’ Johannes 16:27.*En Petrus en Paulus beschrijven Gods wens voor de mensen. ‘De Here talmt niet met de belofte, al zijn er, die aan talmen denken, maar Hij is lankmoedig jegens u, daar Hij niet wil, dat sommigen verloren gaan, doch dat allen tot bekering komen.’ 2 Petrus 3:9. ‘Dit is goed en aangenaam voor God, onze Heiland, die wil, dat alle mensen behouden worden en tot erkentenis der waarheid komen.’ 1 Timótheüs 2:3-4.

God heeft alles in het werk gesteld om je gelukkig te maken en rust te geven in een onrustige wereld. Hij wil Zijn kinderen beschermen voor gevaren en ze een goede toekomst bieden. ‘Wie in de schuilplaats des Allerhoogsten is gezeten, vernacht in de schaduw des Almachtigen. Want Hij is het, die u redt van de strik des vogelvangers, van de verderfelijke pest. Gij hebt niet te vrezen voor de verschrikking van de nacht, voor de pijl, die des daags vliegt; voor de pest, die in het duister rondwaart, voor het verderf, dat op de middag vernielt.’ Psalm 91: 1, 3, 5-6. ‘Want Hij zal aangaande u Zijn engelen gebieden, dat zij u behoeden op al uw wegen; op de handen zullen zij u dragen, opdat gij uw voet niet aan een steen stoot. Psalm 91:9-11. ‘Want er staat geschreven: Aan Zijn engelen zal Hij opdracht geven aangaande u om u te behoeden, en: Op de handen zullen zij u dragen, opdat gij uw voet niet aan een steen stoot.’ Lukas 4:10-11.

En die goede toekomst wordt onder andere beschreven in Openbaring 21:1-7. ‘En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde; want de eerste hemel, en de eerste aarde was voorbijgegaan, en de zee was niet meer. En ik zag de heilige stad, een nieuw Jeruzalem, nederdalende uit de hemel, van God, getooid als een bruid, die voor haar man versierd is. En ik hoorde een luide stem van de troon zeggen: Zie, de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volken zijn en God zelf zal bij hen zijn, en Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geklaag, noch moeite zal er meer zijn, want de eerste dingen zijn voorbijgegaan. En Hij, die op de troon gezeten is, zei: Zie, Ik maak alle dingen nieuw. En Hij zei: Schrijf, want deze woorden zijn getrouw en waarachtig. En Hij sprak tot mij: Zij zijn geschied. Ik ben de alfa en de omega, het begin en het einde. Ik zal de dorstige geven uit de bron van het water des levens, om niet. Wie overwint, zal deze dingen beërven, en Ik zal hem een God zijn, en hij zal Mij een zoon zijn.’