Leven als Discipel Les 3 van 5 in deze sectie
Les 18 van 21 86%

Leven als Discipel — Les 3 van 5

Les 18: De opstanding

Inleiding

In les 8 kwamen we tot de conclusie dat er geen direct voortleven na de dood is. Maar dat wil niet zeggen dat er geen eeuwig leven voor de mens weggelegd zou zijn. Om eeuwig leven te krijgen is een opstanding uit de dood noodzakelijk. Deze opstanding is mogelijk, zoals we zullen zien, voor degenen die Jezus gevolgd hebben, en zij zal plaatsvinden bij Zijn wederkomst. Jezus zei daarover: ‘Uw hart worde niet ontroerd; gij gelooft in God, gelooft ook in Mij. In het huis mijns Vaders zijn vele woningen (anders zou Ik het u gezegd hebben) want Ik ga heen om u plaats te bereiden; en wanneer Ik heengegaan ben en u plaats bereid heb, kom Ik weder en zal u tot Mij nemen, opdat ook gij zijn moogt, waar Ik ben.’ Johannes 14:1-3.

In les 10 behandelden we het onderwerp Christus’ wederkomst, en omdat die samengaat met de opstanding, waarover we in deze les spreken, geven we hier, onder punt 1 en 2, allereerst nog enkele teksten die over de wederkomst spreken.

De patriarchen en Jezus’ wederkomst

De patriarchen en profeten van het Oude Testament verkondigden niet alleen de eerste komst van Christus, ook voorzegden zij Zijn wederkomst. Enkele voorbeelden:

Allereerst Abraham: ‘Want hij verwachtte de stad met fundamenten, waarvan God de ontwerper en bouwmeester is.’ Hebreeën 11:10. Hier wordt niet gesproken van Christus’ eerste komst. Abraham verwachtte het nieuwe Jeruzalem, dat eenmaal uit de hemel op aarde zal neerdalen en waarvan Johannes het volgende zegt*: ‘En ik zag de heilige stad, een nieuw Jeruzalem, nederdalende uit de hemel, van God, getooid als een bruid, die voor haar man versierd is.’ Openbaring 21:2.*

Vervolgens Mozes: *‘Door het geloof heeft Mozes, volwassen geworden, geweigerd door te gaan voor een zoon van Farao’s dochter, maar hij heeft liever met het volk Gods kwaad verdragen, dan tijdelijk van de zonde te genieten; en hij heeft de smaad van Christus groter rijkdom geacht dan de schatten van Egypte, want hij hield de blik gericht op de vergelding.’ Hebreeën 11:24-26.*Evenals Henoch en Abraham verwachtte Mozes de wederkomst van Christus. De laatste woorden van deze tekst tonen dat aan.

Jezus’ wederkomst in het Nieuwe Testament

Ook de nieuw-testamentische gelovigen leefden in de verwachting van de wederkomst des Heren. Toen Jezus over het einde van de tijden sprak, zei Hij: ‘En dan zal het teken van de Zoon des mensen verschijnen aan de hemel en dan zullen alle stammen der aarde zich op de borst slaan en zij zullen de Zoon des mensen zien komen op de wolken des hemels, met grote macht en heerlijkheid.’ Matthéüs 24:30.

Ook in de gelijkenis van de vijf wijze en vijf dwaze maagden beschrijft Jezus Zijn tweede komst. Zie Matthéüs 25:1-13. Hierin en in de woorden van Johannes 14:1-3, aangehaald aan het begin van deze les, lag de troost en hoop van de eerste christenen, die vanwege hun geloof vervolgd werden. Hier ligt ook de bemoediging voor de gelovigen van vandaag. In datzelfde hoofdstuk zegt Jezus nog: *‘*Ik zal u niet als wezen achterlaten. Ik kom tot u.’ Johannes 14:18. Duizenden en nog eens duizenden hebben in de verwachting van Jezus’ wederkomst het zwaarste lijden kunnen doorstaan. Zij beschouwden het als een eer te mogen sterven vanwege de Naam van Christus.

Een voorbeeld van het vertrouwen van de eerste christenen is de volgende geschiedenis: Een vriend van keizer Diocletianus, de christenvervolger in het begin van de vierde eeuw na Christus, was vanwege zijn geloof in Jezus Christus gevangen genomen. Toen hij voor de keizer geleid werd, probeerde die hem er door allerlei mooie beloften toe te bewegen zijn geloof in Christus af te zweren. Toen dat alles niet hielp, riep de keizer tenslotte uit: ‘Weet je dan niet dat ik de macht heb om je te doden?’ Waarop de christen antwoordde: ‘Weet gij niet dat ik de macht heb om te sterven?’

Opstanding in het Oude Testament

Mozes stierf op de berg Nebo. De juiste plaats van zijn graf is onbekend. ‘Toen beklom Mozes uit de velden van Moab de berg Nebo, de top van de Pisga, die tegenover Jericho ligt (…) Toen stierf Mozes, de knecht des Heren, aldaar in het land Moab, volgens des Heren woord. En Hij begroef hem in een dal in het land Moab, tegenover Bet-Peor, en niemand heeft zijn graf geweten tot op de huidige dag.’ Deuteronomium 34: 1, 5-6.

Maar hij bleef niet in het graf; later is hij door de Here opgewekt en in de hemel opgenomen. ‘Maar Michael, de aartsengel, durfde, toen hij met de duivel in twist gewikkeld was over het lichaam van Mozes, geen smadelijk oordeel uitbrengen, doch hij zeide: De Here straffe u!’ Judas 9.

Toen Christus op de berg der verheerlijking was, werd Hij door Petrus, Jakobus en Johannes samen gezien met Mozes en Elia. Mozes kon daarbij zijn, omdat hij opgewekt was, en Elia kon daar zijn, omdat hij nooit gestorven was. Zie 2 Koningen 2:9-11.

Andere opwekkingen in het Oude Testament zijn: De zoon van de weduwe van Zarfath (1 Koningen 17:17-23), de zoon van de Sunamietische vrouw ( 2 Koningen 4:32-35), en de man die in het graf van Elisa geworpen werd (2 Koningen 13:21).

Opstandingen in het Nieuwe Testament

Onder de vele wonderen die Jezus gedaan heeft, waren verschillende opwekkingen uit de dood. Denk maar aan de jongeling te Naïn. ‘En naderbij gekomen raakte Hij de baar aan (de dragers stonden stil) en zeide: Jongeling, Ik zeg u, sta op! En de dode ging overeind zitten en begon te spreken, en Hij gaf hem aan zijn moeder.’ Lukas 7:14-15.

Ook heeft Hij het dochtertje van Jaïrus opgewekt, evenals Lazarus. Zie Lukas 8:41-42, 49-55 en Johannes 11:43-44. Tijdens Jezus’ opstanding stonden er nog vele anderen uit het graf op. Zie Matthéüs 27:52-53. Bovendien werden na Zijn hemelvaart ook door de apostelen doden opgewekt. ‘Maar Petrus zond hen allen naar buiten en knielde neder en bad. En hij wendde zich tot het lichaam en zeide: Tabita, sta op! En zij opende haar ogen en zag Petrus en ging overeind zitten, en hij gaf haar de hand en richtte haar op; toen riep hij de heiligen en de weduwen en stelde haar levend voor hen.’ Handelingen 9:40-41.

Door Paulus werd een zekere Eutychus opgewekt, die door slaap overmand uit een raam gevallen was en was gestorven. Zie Handelingen 20:10-12.

De opstanding is noodzakelijk

In de achtste les waren we reeds tot de conclusie gekomen dat de dood een werkelijk einde maakt aan het leven. Stel nu dat dit niet het geval is en dat de ziel of geest onsterfelijk zou zijn. Dan zou er geen reden zijn om het lichaam, dat tot stof vergaan is, weer op te wekken. Indien echter, zoals de bijbel leert, de dood het einde betekent van het leven, dan is om eeuwig leven mogelijk te maken een opstanding noodzakelijk. De apostel Paulus is daar in verschillende van zijn brieven erg duidelijk over. *‘Immers, indien er geen doden opgewekt worden, dan is Christus ook niet opgewekt; en indien Christus niet is opgewekt, dan is uw geloof zonder vrucht, dan zijt gij nog in uw zonden.**Dan zijn ook zij, die in Christus ontslapen zijn, verloren.’ 1 Korinthe 15:16-18. ‘*Dit alles om Hem te kennen en de kracht zijner opstanding en de gemeenschap aan zijn lijden, of ik, aan zijn dood gelijkvormig wordende, zou mogen komen tot de opstanding uit de doden.’ Filippensen 3:10-11.

De evangelist van het Oude Testament, zoals de profeet Jesaja wel genoemd wordt, was overtuigd van de opstanding uit de dood. Hij zegt: ‘Herleven zullen uw doden (ook mijn lijk), opstaan zullen zij. Ontwaakt en jubelt, gij, die woont in het stof! Want uw dauw is een dauw van licht; en de aarde zal aan de schimmen het leven hergeven.’ Jesaja 26:19.

De Bijbel spreekt over meer dan een opstanding

Het evangelie van Johannes spreekt, evenals het boek Handelingen over twee grote opstandingen. ‘Verwondert u hierover niet, want de ure komt, dat allen, die in de graven zijn, naar zijn stem zullen horen, en zij zullen uitgaan, wie het goede gedaan hebben, tot de opstanding ten leven, wie het kwade bedreven hebben, tot de opstanding ten oordeel.’ Johannes 5:28-29. En wanneer Paulus voor stadhouder Felix verantwoording moet afleggen van zijn geloof in Christus, zegt hij: ‘Maar dit erken ik voor u, dat ik naar die weg, die zij een secte noemen, inderdaad de God der vaderen vereer, gelovende al hetgeen in de wet en in de profeten geschreven staat, terwijl ik van God hoop, gelijk ook dezen zelf het verwachten, dat er een opstanding van rechtvaardigen en onrechtvaardigen zal zijn.’ Handelingen 24:14-15.

Bij de wederkomst van Jezus zullen degenen die Hem werkelijk gevolgd zijn opstaan. ‘Zalig en heilig is hij, die deel heeft aan de eerste opstanding: over hen heeft de tweede dood geen macht, maar zij zullen priesters van God en van Christus zijn en zij zullen met Hem als koningen heersen, die duizend jaren.’ Openbaring 20:6.

Openbaring 20:5 zegt wanneer de tweede opstanding, die van de onrechtvaardigen, zal plaats- vinden en wel na duizend jaar. *‘*De overige doden werden niet weder levend, voordat de duizend jaren voleindigd waren (…)’ (De woorden die deze tekst hierna geeft: ‘Deze is de eerste opstanding’, hebben betrekking op vers vier, waar gesproken wordt over de rechtvaardigen).

De mensen die niet behoren tot de eerste opstanding, bij de wederkomst van Jezus, staan duizend jaar later op om hun uiteindelijke straf, de tweede dood, te ontvangen. Maar wat gebeurt er met degenen die leven, wanneer Jezus wederkomt? Ook dan bestaan er twee klassen van mensen. Zij die vóór en zij die tegen Jezus gekozen hebben. Over de eerste zegt Paulus: ‘Zie, ik deel u een geheimenis mede. Allen zullen wij niet ontslapen, maar allen zullen wij veranderd worden, in een ondeelbaar ogenblik, bij de laatste bazuin, want de bazuin zal klinken en de doden zullen onvergankelijk opgewekt worden en wij zullen veranderd worden. Want dit vergankelijke moet onvergankelijkheid aandoen en dit sterfelijke moet onsterfelijkheid aandoen.’ 1 Korinthe 15:51-53.

En over hen die God niet hebben willen dienen geeft Openbaring 6:14-17 de volgende beschrijving: ‘En de hemel week terug als een boekrol, die wordt opgerold, en alle berg en eiland werd van zijn plaats gerukt. En de koningen der aarde en de groten en de oversten over duizend en de rijken en de machtigen en iedere slaaf en vrije verborgen zich in de holen en de rotsen der bergen; en zij zeiden tot de bergen en tot de rotsen: Valt op ons en verbergt ons voor het aangezicht van Hem, die gezeten is op de troon, en voor de toorn van het Lam; want de grote dag van hun toorn is gekomen en wie kan bestaan?’

De nieuwe aarde: een werkelijkheid

Gods oorspronkelijke plan was de aarde door de mens te laten bewonen. In dat plan is geen verandering gekomen. Eenmaal zullen de verlosten in vrede en vrijheid kunnen leven op een vernieuwde aarde. De zegeningen en voorrechten van die aarde zijn zo veelomvattend, dat je je daarover geen juiste voorstelling kunt maken. God zal bij Zijn volk wonen. Zijn kinderen zullen hun Verlosser, Jezus Christus, van aangezicht tot aangezicht aanschouwen. Er zal geen ziekte zijn, geen wanklank zal gehoord worden. Dat alles heeft God bereid voor hen die Hem willen dienen. *‘(…) en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen zijn volken zijn en God zelf zal bij hen zijn, en Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geklaag, noch moeite zal er meer zijn, want de eerste dingen zijn voorbijgegaan. En Hij, die op de troon gezeten is, zeide: Zie, Ik maak alle dingen nieuw (…)’ Openbaring 21:3-5. ‘Want zie, Ik schep een nieuwe hemel en een nieuwe aarde; aan wat vroeger was, zal niet gedacht worden, het zal niemand in de zin komen.’ ‘Zij zullen huizen bouwen en die bewonen, wijngaarden planten en de vrucht daarvan eten.’ Jesaja 65:17, 21. ‘De woestijn en het dorre land zullen zich verblijden, de steppe zal juichen en bloeien als een narcis.’*Jesaja 35:1.