Het Kosmisch Conflict Les 3 van 4 in deze sectie
Les 6 van 21 29%

Het Kosmisch Conflict — Les 3 van 4

Les 6: De val

Inleiding

Met de overvloedige bewijzen van het goede dat God met ons voorheeft, lijkt het tegenstrijdig om zoveel lijden, droefheid, haat, oorlogen en dood te zien. Toch worden deze negatieve ervaringen als norm geaccepteerd. Sommigen menen dat deze dingen vanzelfsprekend zijn en bij het bestaan horen.

Anderen verwijten God de aanwezigheid van het kwade op aarde met het argument: ‘Als God liefde is, als Hij rechtvaardig is, waarom laat Hij dan al deze dingen toe?’

Zeker, God schiep deze wereld met alles wat daarop is (Genesis 1 en 2). Maar schiep Hij ze zoals ze nu is? Lag het in Zijn plan dat de mens moest lijden, oorlog voeren, enz.? Wanneer en waarom zijn deze plagen en beproevingen ontstaan? We willen ons in deze les met die vragen bezighouden.

De situatie in het paradijs

In hun gelukkige tehuis in het paradijs bevonden de eerste mensen zich in een vreugdevolle omgeving. Zij verheugden zich in de aanwezigheid van hun Schepper, er was een prachtige plantengroei, er waren bomen die hun heerlijke vruchten gaven, heldere rivieren doorkruisten het land, kortom het was een goede plek om te leven. Midden in deze tuin stonden twee bijzondere bomen: ‘de boom des levens’ en ‘de boom der kennis van goed en kwaad.’ Genesis 2:9.

Vanzelfsprekend gaf God de eerste mensen een gezond dieet. ‘En de Here God nam de mens en plaatste hem in de hof van Eden om die te bewerken en te bewaren. En de Here God legde de mens het gebod op: Van alle bomen in de hof moogt gij vrij eten.’ Genesis 2:15-16. ‘En God zeide: Zie, Ik geef u al het zaaddragend gewas op de gehele aarde en al het geboomte, waaraan zaaddragende vruchten zijn; het zal u tot spijze dienen.’ Genesis 1:29.

Adam en Eva kregen de heerschappij over de hele aarde en alles wat daarop leefde, en Adam gaf de dieren hun naam. ‘En de Here God formeerde uit de aardbodem al het gedierte des velds en al het gevogelte des hemels. Ook bracht Hij het tot de mens, om te zien hoe deze het noemen zou; en zoals de mens elk levend wezen noemen zou, zo zou het heten. En de mens gaf namen aan al het vee, aan het gevogelte des hemels en aan al het gedierte des velds (…) Genesis 2:19-20.

Er waren geen verscheurende dieren. De leeuw en het lam leefden naast elkaar in vrede. Er was nergens een zweem van naargeestigheid. De liefde van God en Zijn zorg voor de schepping sprak uit elk blad, elke bloem, iedere steen.

Gods gebod

Onze stamouders werden gewaarschuwd voor de gevaren die hen bedreigden. Hemelse boden deelden hun de geschiedenis van de val van Satan en diens plannen voor hun ondergang mee. Zij werden gewaarschuwd voor het gevaar om naar deze tegenstander van de Schepper te luisteren, want: ‘Voorzeker, de Here Here doet geen ding, of Hij openbaart zijn raad aan zijn knechten, de profeten.’ Amos 3:7.

God schonk Adam en Eva Zijn liefde en Hij wilde een bewijs van hun liefde voor Hem. Hun werd slechts één beperking opgelegd, namelijk deze: ‘Maar van de boom der kennis van goed en kwaad, daarvan zult gij niet eten, want ten dage, dat gij daarvan eet, zult gij voorzeker sterven.’ Genesis 2:17.

Hoewel de mens gewaarschuwd was voor de gevolgen van de overtreding van dit gebod, stoorde hij zich er niet aan.

Verkocht onder zonde

In les 4, ‘De oorsprong van het kwaad’, onder punt 4, zagen we hoe Adam en Eva door te luisteren naar de slang tot overtreding van Gods gebod waren gekomen (Genesis 3:1-4). Een sprekende slang! Waar had hij die gave vandaan? Eva raakte met hem in gesprek. Tijdens deze conversatie trok de slang Gods woord in twijfel en zei: ‘maar God weet, dat ten dage, dat gij daarvan eet, uw ogen geopend zullen worden, en gij als God zult zijn, kennende goed en kwaad.’ Genesis 3:5.

Hier wordt gesuggereerd dat Gods gebod slechts gegeven was om  hen angst in te boezemen en hun wijsheid te onthouden, en dat God niet meende wat Hij zei. Eva geloofde de slang en at van de boom. ‘En de vrouw zag, dat de boom goed was om van te eten, en dat hij een lust was voor de ogen, ja, dat de boom begeerlijk was om daardoor verstandig te worden, en zij nam van zijn vrucht en at, en zij gaf ook haar man, die bij haar was, en hij at.’ Genesis 3:6.

De gevolgen van de overtreding

Juist omdat de proef zo licht was, werd de zonde zo zwaar aangerekend. Eva geloofde werkelijk wat Satan zei, maar dit geloof redde haar niet van de straf op de zonde. Ze wantrouwde Gods woorden en dat veroorzaakte haar val. In het oordeel zullen de mensen niet veroordeeld worden, omdat ze te goeder trouw een leugen geloofd hebben, maar omdat ze de waarheid niet hebben geloofd, omdat ze verzuimd hebben de waarheid te leren kennen. Ondanks de drogredenen van Satan is het altijd noodlottig God ongehoorzaam te zijn.

De gevolgen van de weerspannigheid van de eerste mensen waren veelomvattend. Het zijn de volgende:

a    De hemelse reinheid en onschuld week van hen.

‘Toen werden hun beider ogen geopend, en zij bemerkten, dat zij naakt waren; zij hechtten vijgebladeren aaneen en maakten zich schorten.’ Genesis 3:7.

b    Geluk maakte plaats voor schuldgevoel en vrees.

‘En hij zeide: Toen ik uw geluid in de hof hoorde, werd ik bevreesd, want ik ben naakt; daarom verborg ik mij.’ Genesis 3:10.

c    De slang werd vervloekt.

‘Daarop zeide de Here God tot de slang: Omdat gij dit gedaan hebt, zijt gij vervloekt onder al het vee en onder al het gedierte des velds; op uw buik zult gij gaan en stof zult gij eten, zolang gij leeft.’ Genesis 3:14.

d    De vrouw werd gestraft.

‘Tot de vrouw zeide Hij: Ik zal zeer vermeerderen de moeite uwer zwangerschap; met smart zult gij kinderen baren en naar uw man zal uw begeerte uitgaan, en hij zal over u heersen.’ Genesis 3:16.

e    De zwaarste straf trof Adam. Vanwege zijn overtreding werd de aarde vervloekt.

‘En tot de mens zeide Hij: Omdat gij naar uw vrouw hebt geluisterd en van de boom gegeten, waarvan Ik u geboden had: Gij zult daarvan niet eten, is de aardbodem om uwentwil vervloekt; al zwoegende zult gij daarvan eten zolang gij leeft.’ Genesis 3:17.

Nog enkele gevolgen

Behalve de hierboven genoemde gevolgen bracht de zondeval nog meer te weeg:

  • De eerste dieren moesten sterven, er vloeide bloed om de mens te kleden*. ‘En de Here God maakte voor de mens en voor zijn vrouw klederen van vellen en bekleedde hen daarmede.’ Genesis 3:21.*
  • De mens werd weggestuurd bij de boom des levens en uit de hof van Eden verdreven*. ‘Toen zond de Here God hem weg uit de hof van Eden om de aardbodem te bewerken, waaruit hij genomen was. En Hij verdreef de mens en Hij stelde ten oosten van de hof van Eden de cherubs met een flikkerend zwaard, dat zich heen en weer wendde, om de weg tot de boom des levens te bewaken.’ Genesis 3:23-24.*
  • Door de zonde van Adam kwam de dood over alle mensen. ‘Daarom, gelijk door één mens de zonde de wereld is binnengekomen en door de zonde de dood, zo is ook de dood tot alle mensen doorgegaan, omdat allen gezondigd hebben.’ Romeinen 5:12.
  • De zonde maakte scheiding tussen God en de mens. ‘Maar uw ongerechtigheden zijn het, die scheiding brengen tussen u en uw God, en uw zonden doen zijn aangezicht voor u verborgen zijn, zodat Hij niet hoort.’ Jesaja 59:2.
  • De hele schepping zou onder de zonde lijden. ‘Want wij weten, dat tot nu toe de ganse schepping in al haar delen zucht en in barensnood is.’ Romeinen 8:22.

De aarde vervloekt

God schiep niet het lijden, de rampen en de oorlogen. We kunnen Hem niet verwijten dat de mensen zijn gedegenereerd, dat ze de aarde en elkaar uitbuiten. Het zijn de gevolgen van de overtreding van Adam*. ‘En tot de mens zeide Hij: Omdat gij naar uw vrouw hebt geluisterd en van de boom gegeten, waarvan Ik u geboden had: Gij zult daarvan niet eten, is de aardbodem om uwentwil vervloekt; al zwoegende zult gij daarvan eten zolang gij leeft,  en doornen en distelen zal hij u voortbrengen, en gij zult het gewas des velds eten; in het zweet uws aanschijns zult gij brood eten, totdat gij tot de aardbodem wederkeert, omdat gij daaruit genomen zijt; want stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren.’ Genesis 3:17-19.*

De belofte van verlossing

God is rechtvaardig. Hij is bereid tot vergeven en heeft voorzieningen getroffen, waardoor de mens in zijn oorspronkelijke staat hersteld kan worden. Maar de gevolgen van de overtreding heeft Hij niet weggenomen; we moeten oogsten wat we gezaaid hebben. Toch werden Adam en Eva niet zonder hoop gelaten. Ze kregen de belofte van een komende Verlosser. ‘En Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad; dit zal u de kop vermorzelen en gij zult het de hiel vermorzelen.’  Genesis 3:15

God liet ze niet aan hun lot over. Hij stelde vijandschap tussen Satan en de mens. Dat was noodzakelijk, omdat vanaf het moment dat ze Satans influisteringen waren nagevolgd, ze voor hem gekozen hadden als hun meester. Deze ‘vriendschap’ werd door God tenietgedaan. Er zou Iemand geboren worden die deze vijand zou overwinnen: Jezus Christus, de Zoon van God, de Redder van elke berouwvolle zondaar. De bijbel openbaart Hem als de centrale figuur in de wetenschap der wetenschappen: het verlossingsplan.