Het Kosmisch Conflict Les 2 van 4 in deze sectie
Les 5 van 21 24%

Het Kosmisch Conflict — Les 2 van 4

Les 5: De schepping - Ons erfdeel

Inleiding

Het begin van onze wereld

Als we nadenken over de geweldige ontwikkeling die de computer heeft doorgemaakt, dan staan we werkelijk verbaasd. Hij heeft de samenleving radicaal veranderd. De technische kennis die in een PC verwerkt is, is van een hoog niveau. Wat presteert zo’n kleine machine met zijn chips en circuits al niet? Het is voor de gemiddelde mens vrijwel niet te bevatten.

Maar stelt u zich nu eens voor dat een prominente natuurwetenschapper een lezing houdt over de ontwikkeling van de computer. Hij verklaart dat de wordingsgeschiedenis een proces is geweest van miljarden jaren waarin dit veelzijdige instrument zichzelf spontaan ontwikkelde. Dat gebeurde bij toeval. De verschillende materialen, blootgesteld aan de woeste elementen van de natuur, verfijnden zich, werden gezuiverd, scheidden zich van elkaar, om later weer op een andere wijze verenigd te worden en vormden de juiste legering die nodig was voor een bepaald onderdeel. De verschillende onderdelen voegden zich samen, en uiteindelijk, na duizenden eeuwen ontstond zo, als vanzelf, de huidige computer met zijn beeldscherm en laserprinter.

Waarschijnlijk zou u niet veel waarde hechten aan een dergelijke lezing. Toch wordt ons geleerd te geloven dat het hele universum op een dergelijke wijze ‘per ongeluk’ zou zijn ontstaan.

Het is waar: er gebeuren dingen per ongeluk, bij toeval, maar het resultaat daarvan is altijd verwarring. En hoe langer zo’n toevallig proces zich voortzet, des te groter wordt de verwarring. Stelt u zich een auto-ongeluk voor. Het eindproduct daarvan is nooit beter of meer geordend dan het originele. De scherven van een gebroken glas zijn een ander voorbeeld van een resultaat van een ongeluk of een toevalligheid. Zelfs in de wetenschappelijke wereld is het een onveranderlijke universele wet dat het uiteindelijke product van een natuurlijke of chemische reactie minder georganiseerd is dan de situatie vóór die reactie. Ook hier: hoe langer zo’n reactie voortduurt, hoe chaotischer het eindproduct zal zijn.

In de scheikunde speelt de zogenaamde entropiewet een belangrijke rol. Eenvoudig gezegd komt deze wet erop neer dat stoffen streven naar een toestand van chaos. Met andere woorden: om ordening tot stand te brengen is een bepaalde hoeveelheid energie nodig. Orde komt niet vanzelf. Op grond van dit alles zouden we verwachten dat er in een universum, dat zich gedurende miljarden jaren heeft ontwikkeld, een ontzagwekkende chaos bestaat. Maar wat zien we? Van het geweldig grote sterrenstelsel, dat zich beweegt in een onmetelijke ruimte, tot aan het kleinste atoom zien we een perfecte orde en een complex ontwerp. Ook het menselijk lichaam bevat wonderen die de wetenschap nog niet heeft kunnen verklaren. Het ‘bouwwerk’ van het leven, de cel met zijn ingewikkeld ontwerp, zijn volmaakte werking en zijn onmetelijke opslagplaats van informatieprocessen laat de computerchip vele lichtjaren achter zich. Maar zoals een gecompliceerde computer zijn ontwerper en maker heeft, moet ook een ieder die bijvoorbeeld de wonderlijke natuur observeert, tot de conclusie komen dat er een oneindig intelligenter Ontwerper dan de mens bestaat.

Waar komen alle dingen uit voort? Waarom ben ik hier? Waar ga ik naartoe? Ons tekstboek, de bijbel, geeft het enig bevredigende antwoord op deze vragen.

Wie is de Schepper?

Hij die aanspraak maakt op de titel schepper moet zelf bestaan vóór alles wat geschapen is. Een verslag over zo’n macht zegt ons: ‘Eer de bergen geboren waren, en Gij aarde en wereld hadt voortgebracht, ja, van eeuwigheid tot eeuwigheid zijt Gij God.’ Psalm 90:2. 1 Timótheüs 1:17 spreekt over *‘de onvergankelijke, de onzienlijke, de enige God’.*God is eeuwig en onsterfelijk; Hij is almachtig en alwetend. Hij alleen kan de Schepper zijn. De eerste woorden van de bijbel zeggen: ‘In den beginne schiep God de hemel en de aarde.’ Genesis 1:1.

Toch toont verder onderzoek van de Schriften aan, dat er meer dan één persoon bij de schepping aanwezig was. Bijvoorbeeld: ‘En God zei: Laat Ons mensen maken naar Ons beeld (…)’  Genesis 1:26.  ‘Door het Woord des Heren zijn de hemelen gemaakt, door de adem (Statenvertaling: Geest) van Zijn mond al hun heer.’ Psalm 33:6. ‘In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. Dit was in den beginne bij God. Alle dingen zijn door het Woord geworden en zonder dit is geen ding geworden, dat geworden is. In het Woord was leven, en het leven was het licht der mensen.’ ‘Het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van de eniggeborene des Vaders, vol van genade en waarheid.’ Johannes 1:1-4, 14.

Deze teksten stellen vast dat God, tezamen met Zijn Zoon en de Heilige Geest, de wereld schiep.

Het ontstaan van alles

Als wij iets willen maken, iets willen scheppen, dan hebben we een grondstof nodig. Welk materiaal had de Godheid nodig om de wereld te scheppen? ‘Door het geloof verstaan wij, dat de wereld door het woord Gods tot stand gebracht is, zodat het zichtbare niet ontstaan is uit het waarneembare.’ Hebreeën 11:3. God schiep uit het niets. De materie die nodig was om de wereld te scheppen is voortgebracht door het Woord. ‘Want Hij sprak en het was er, Hij gebood en het stond er.’ Psalm 33:9.

De aarde was nadat zij geformeerd was nog een donkere planeet, bedekt met water. De Schepper maakte haar geschikt om te bewonen. Het verslag daarover is te lezen in het eerste hoofdstuk van de Bijbel. Als we het scheppingsverhaal lezen, zullen we ongetwijfeld bemerken dat iedere dag van de scheppingsweek bestaat uit een donker en een licht gedeelte, de avond (nacht) en de morgen (dag), een periode van vierentwintig uur. Voor velen is het niet mogelijk dat in zo’n  korte tijdsperiode van een week alles geschapen is, maar dan wordt vergeten dat bij God alle dingen mogelijk zijn (Matthéüs 19:26).

Bovendien is het onmogelijk voor het leven zoals wij dat kennen, om een lange periode van ontwikkeling door te maken, aangezien alle levende wezens voor hun bestaan afhankelijk zijn van ander leven. Dat is een door God ingestelde natuurwet. Alle leven op aarde moet daarom bijna gelijktijdig zijn ontstaan, zoals de bijbel ook bevestigt. De aarde, met alles wat daarop is, werd geschapen in zes letterlijke dagen. Samen met de zevende dag, de rustdag, vormde dat de eerste week. Er is tot vandaag geen ander bewijs voor het bestaan van de weekcyclus dan dit verslag van de scheppingsweek. ‘Alzo werden voltooid de hemel en de aarde en al hun heer. Toen God op de zevende dag het werk voltooid had, dat Hij gemaakt had, rustte Hij op de zevende dag van al het werk, dat Hij gemaakt had.  En God zegende de zevende dag en heiligde die, omdat Hij daarop gerust heeft van al het werk, dat God scheppende tot stand had gebracht.’ Genesis 2:1-3.

De volgorde van de schepping (Genesis 1)

  • De eerste dag:
    • God schept het licht en maakt scheiding tussen licht en duisternis. De duisternis noemt Hij nacht, het licht dag.
  • De tweede dag:
    • Het uitspansel verschijnt. Er was voordien geen horizon; het water in de onmetelijke oceaan was niet gescheiden van het water in de lucht. God noemt het uitspansel hemel.
  • De derde dag:
    • De wateren stromen tesamen in zeeën; het droge land verschijnt. God noemt het droge aarde. De aarde brengt kruiden, bomen en planten voort.
  • De vierde dag:
    • De zon, maan en sterren verschijnen. Het ‘grootste licht’, de zon, voor de dag; het ‘kleinere licht’, de maan, voor de nacht.
  • De vijfde dag:
    • De vogels en al wat in het water leeft wordt geschapen.
  • De zesde dag:
    • God schept alle zoogdieren, het vee, het kruipend gedierte

De kroon van de schepping

Tenslotte schept God dus de mens. ‘En God zeide: Laat Ons mensen maken naar ons beeld, als onze gelijkenis, opdat zij heersen over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over het vee en over de gehele aarde en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt. En God schiep de mens naar zijn beeld; naar Gods beeld schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen.’ Genesis 1:26-27.

De afkomst van de mens, zoals geopenbaard wordt door de Schriften, gaat niet terug tot een langzame ontwikkeling uit cellen, weekdieren, of apen, zoals velen ons willen doen geloven. De genealogie van ons geslacht voert terug tot een koninklijke afkomst, tot ‘(…) Adam, de zoon van God.’ Lukas 3:38.

De mens kwam volmaakt uit Gods handen, en zolang hij loyaal bleef tegenover zijn Schepper, zou hij zich meer en meer verheugen in Zijn niet falende liefde.

Zelfs na eeuwenlang de gevolgen van de zonde te hebben ondergaan, en daarmee de degeneratie kunnen we nog met David zeggen: ‘Ik loof U, omdat ik gans wonderbaar ben toebereid, wonderbaar zijn uw werken; mijn ziel weet dat zeer wel.’ Psalm 139:14.

God schiep de aarde met  alle leven daarop, bekleed met een geweldige schoonheid. Hij vervulde haar met dingen waarin de mens zich kon verheugen. En dat deed Hij in zes letterlijke dagen.

‘De hemelen vertellen Gods eer, en het uitspansel verkondigt het werk zijner handen; de dag doet sprake toestromen aan de dag, en de nacht predikt kennis aan de nacht.’ Psalm 19:2-3. ‘En God zag alles wat Hij gemaakt had, en zie, het was zeer goed. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de zesde dag.’ Genesis 1:31.

De zevende dag

God ziet met voldoening op het werk van Zijn handen en rust*. ‘Toen God op de zevende dag het werk voltooid had, dat Hij gemaakt had, rustte Hij op de zevende dag van al het werk, dat Hij gemaakt had. En God zegende de zevende dag en heiligde die, omdat Hij daarop gerust heeft van al het werk, dat God scheppende tot stand had gebracht.’ Genesis 2:2-3.*

Ook de mens zou op deze zevende, geheiligde dag rusten als een herinnering aan Gods grote scheppingswerk. Zijn hart zou vervuld worden met liefde en respect voor zijn Maker.

Het tehuis van de mens

‘Voorts plantte de Here een hof in Eden, in het Oosten, en Hij plaatste daar de mens, die Hij geformeerd had.’ Genesis 2:8.

De Schepper  gaf Adam en Eva nog een bewijs van Zijn liefde door voor hen een tuin te maken, die tot woonplaats zou dienen. Daarin stonden allerlei soorten bomen met hun heerlijke vruchten. Er stroomde een rivier doorheen, en goud en edelstenen lagen aan de oppervlakte. ‘Er ontsprong in Eden een rivier om de hof te bevochtigen, en daar splitste zij zich in vier stromen. De naam van de eerste is Pison; deze stroomt om het gehele land Chawila, waar het goud is; en het goud van dat land is goed; daar is de balsemhars en de steen chrysopraas.’ Genesis 2:10-12.

In dit paradijs waren doornen, noch distels, noch giftige planten. Er waren geen wilde dieren waarvoor men bang hoefde te zijn. Het klimaat was mild en plezierig. Kortom, ‘het was zeer goed.’ Genesis 1:31.

‘Maar vraag toch het gedierte, en het zal u onderrichten; het gevogelte des hemels, en het zal u inlichten. Of spreek tot de aarde, en zij zal u onderrichten, en laat de vissen der zee het u vertellen. Wie onder deze alle weet niet, dat de hand des Heren dit doet.’ Job 12:7-9.

<