Leven als Discipel — Les 5 van 5
Les 20: Het gebed
Inleiding
De wetenschap dringt steeds verder door tot de geheimen van de levende zowel als van de levenloze dingen. Processen in de natuur die nog niet zo lang geleden totaal onbekend waren, worden ontsluierd. Onderzoek van het universum opent nieuw te beproeven terreinen. De werking van de menselijke geest wordt onderzocht en blijkt ongekende mogelijkheden te bevatten. Echter, men moet vaststellen dat hoe meer men onderzoekt en studeert, des te meer komt men tot de conclusie dat men nog maar weinig weet. Eén van de nog bijna totaal onbekende natuurwetten is de wet van het gebed. Het is daarmee net zo gesteld als met alle andere beginselen; de krachten en mogelijkheden ervan worden pas dan duidelijk en waardevol, wanneer men ze beoefent.
Duizenden en nog eens duizenden, die in het geloof de gave van het gebed hebben beproefd, zijn tot de slotsom gekomen dat zij in staat waren, zoals de bijbel dat uitdrukt: ‘De hand van de Here te bewegen’, dat wil zeggen verhoring hebben verkregen. ‘Daarom zeg Ik u, al wat gij bidt en begeert, gelooft, dat gij het hebt ontvangen, en het zal geschieden.’ Markus 11:24.
De sleutel tot de schatkamer van de hemel
Matthéüs 6:19-20 spreekt over hemelse schatten. ‘Verzamelt u geen schatten op aarde, waar mot en roest ze ontoonbaar maakt en waar dieven inbreken en stelen; maar verzamelt u schatten in de hemel, waar noch mot noch roest ze ontoonbaar maakt en waar geen dieven inbreken of stelen.’
Door contact met God kan de gelovige nu reeds beschikken over die schatten. Door de zonde ontstond er een hiaat in de verbinding tussen God en de mens. ‘(…) uw ongerechtigheden zijn het, die scheiding brengen tussen u en uw God, en uw zonden doen zijn aangezicht voor u verborgen zijn, zodat Hij niet hoort.’ Jesaja 59:2.
Het gebed nu opent de mogelijkheid om deze verbroken relatie weer te herstellen.
Om geestelijk leven en geestkracht te bezitten is het nodig dat we in levende verbinding staan met God. Bidden is een ontsluiten van het hart als voor een vriend. Het gebed brengt ons in aanraking met Gods macht. Het brengt God niet naar beneden, maar het voert ons op tot Hem. Jezus leerde daarom Zijn discipelen bidden (Matthéüs 6:9-15) en was zelf veel in gebed. Zie Lukas 5:16, 22:32, 22:41-44, Johannes 17:9. Hij zocht daarvoor meestal de eenzaamheid op. ‘En vroeg, nog diep in de nacht, stond Hij op en ging naar buiten en Hij ging heen naar een eenzame plaats en bad aldaar.’ Markus 1:35.
Paulus zegt in 1 Thessalonicensen 5:17: ‘Bidt zonder ophouden.’ Dat wil zeggen dat we het gebedsleven nooit moeten veronachtzamen. Het gebed kan gezien worden als een telefoonverbinding met de hemel. ‘Roep Mij aan ten dage der benauwdheid, Ik zal u redden en gij zult Mij eren.’ Psalm 50:15.
Hoe bidden?
a Eenvoudig
Jezus geeft op deze vraag het volgende antwoord: *‘En gebruikt bij uw bidden geen omhaal van woorden, zoals de heidenen; want zij menen door hun veelheid van woorden verhoord te zullen worden. Wordt hun dan niet gelijk, want God uw Vader weet, wat gij van node hebt, eer gij Hem bidt.*Matthéüs 6:7-8.
b In Jezus’ Naam
Jezus is de Voorspraak bij de Vader, de Middelaar tussen God en mensen. Daarom bidden wij in Zijn Naam. ‘(…) Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, als gij de Vader om iets bidt, zal Hij het u geven in mijn naam.’ Johannes 16:23.
De discipelen waren er eens getuige van hoe innig Jezus door het gebed met Zijn Vader verbonden was. Diep onder de indruk daarvan vroegen zij Hem: ‘(…) Here, leer ons bidden (…).’ Lukas 11:1. Hij leerde hun toen het modelgebed, het ‘Onze Vader’(Matthéüs 6:9-13, Lukas 11:1-4). Daarin toonde Hij hoe men met weinig woorden de zorgen en problemen in een kinderlijk vertrouwen aan God kan voorleggen.
Er zijn verschillende soorten van gebed. Zoals bijvoorbeeld het gemeenschappelijke en het persoonlijke. Vooral de laatste vorm is van groot belang voor ons persoonlijk, geestelijk leven. Jezus Zelf zegt: ‘Maar gij, wanneer gij bidt, ga in uw binnenkamer, sluit uw deur en bid tot uw Vader in het verborgene; en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden.’ Matthéüs 6:6. Afgesloten van iedere menselijke invloed en zonder dat iemand het hoort, kunnen we dat wat ons op het hart ligt aan Hem vertellen. Maar ook het gemeenschappelijke gebed heeft zijn betekenis. Daarvoor geldt de belofte: ‘Want waar twee of drie vergaderd zijn in mijn naam, daar ben Ik in hun midden.’ Matthéüs 18:20.
Gebedsverhoring
Alleen die gebeden kunnen verhoord worden, die in overeenstemming zijn met de wil van God. Daarom moet er zo’n grote waarde worden toegekend aan de bestudering van de bijbel, want daarin wordt Gods wil geopenbaard. Over gebeden die niet overeenkomen met Gods woord zegt de apostel Jakobus: *‘(…)*gij bidt wel, maar gij ontvangt niet, doordat gij verkeerd bidt, om het in uw hartstochten door te brengen.’ Jakobus 4:3.
Bidden in harmonie met de wil van God betekent: aannemen wat Hij in Zijn woord aan ons geopenbaard heeft, en gehoorzamen aan Zijn wetten, want: ‘Wie zijn oor afwendt van het horen der wet, diens gebed zelfs is een gruwel.’ Spreuken 28:9. ‘Wij weten, dat God naar zondaars niet hoort, maar is iemand godvruchtig, en doet hij zijn wil, die verhoort Hij.’ Johannes 9:31.
Een andere, niet minder belangrijke factor in het geloofsleven is geloof. ‘Maar zonder geloof is het onmogelijk Hem welgevallig te zijn. Want wie tot God komt, moet geloven, dat Hij bestaat en een beloner is voor wie Hem ernstig zoeken.’ Hebreeën 11:6.
De schrijfster Ellen G. White zei in haar boek ‘Schreden naar Christus’ op blz. 115 onder meer het volgende over het gebed: ‘Als wij niet precies die dingen ontvangen, waarom we op een bepaald moment hebben gevraagd, moeten we toch blijven geloven dat de Heer ons hoort en dat Hij onze gebeden zal verhoren. Wij zijn vaak zo dom en kortzichtig, dat we om dingen vragen, die geen zegen voor ons zouden betekenen. Onze hemelse Vader beantwoordt vol liefde onze gebeden door ons te geven wat voor ons bestwil is: dat, wat wij zouden hebben gevraagd, als wij met goddelijke verlichting de dingen zouden zien, zoals ze in werkelijkheid zijn.
Als het lijkt dat onze gebeden onbeantwoord blijven, moeten we toch vasthouden aan de belofte. Want de tijd van verhoring komt en op het moment, dat we het het meest nodig hebben, geeft God ons Zijn zegeningen. Het is arrogant om te denken dat een gebed altijd precies zo wordt verhoord als wij graag zouden willen. God is te wijs om Zich te kunnen vergissen en Hij is te goed, dat Hij enig goed ding zou onthouden aan hen, die in oprechtheid wandelen. Wees dan niet bang om Hem te vertrouwen, zelfs als u geen onmiddellijk antwoord krijgt op uw gebeden. Vertrouw op Zijn zekere beloften: “Bid en u zal gegeven worden.”’
Het gebed verandert dingen
Het gebed is een macht, waarvan de uitwerkingen zichtbaar zijn op alle terreinen van het leven. Toen de Israëlieten met Mozes voor de Rode Zee stonden, bedreigd door het leger van Farao dat hen achtervolgde, opende zich op het gebed van Mozes een weg midden door de zee. Zie Exodus 14. Op het gebed van Elia bleef, vanwege de afgodendienst van het volk, gedurende drieëneenhalf jaar de regen uit. Nadat hij opnieuw bad, kwam de regen. Zie 1 Koningen 17 en 18, en Jakobus 5:17-18.
Eens voeren de discipelen met Jezus in een schip op een meer. Ze werden door een zware storm overvallen. Toen zij in hun angst de Here om hulp vroegen, stilde Hij de storm. ‘En zij kwamen en maakten Hem wakker en zeiden: Here, help ons, wij vergaan! En Hij zeide tot hen: Waarom zijt gij bevreesd, kleingelovigen? Toen stond Hij op en bestrafte de winden en de zee, en het werd volkomen stil.’ Matthéüs 8:25-26. Zelfs de zon ging niet onder toen Jozua daarom vroeg. Zie Jozua 10:12-13. Ook oorlogen kregen een andere wending door een gebed. Zonder strijd werd, naar aanleiding van de gebeden van Hizkía en Jesaja, het machtige Assyrische leger verslagen. ‘Maar koning Jechizkia (Hizkía) en de profeet Jesaja, de zoon van Amoz, baden deswege en riepen naar de hemel. Toen zond de Here een engel, die alle krijgshelden, vorsten en oversten in de legerplaats van de koning van Assur verdelgde, zodat hij met beschaamd gelaat naar zijn land terugkeerde (…)’ 2 Kronieken 32:20-21. Zo kreeg ook de wereldgeschiedenis door het gebed een ander verloop.
Omdat dit alles niet alleen voor oude tijden geldt, doet Paulus de oproep: ‘Ik vermaan u dan allereerst smekingen, gebeden, voorbeden en dankzeggingen te doen voor alle mensen, voor koningen en alle hooggeplaatsten, opdat wij een stil en rustig leven mogen leiden in alle godsvrucht en waardigheid. Dit is goed en aangenaam voor God, onze Heiland.’ 1 Timótheüs 2:1-3.
Door het gebed heeft God zelfs Zijn voornemen veranderd. Toen Jona verkondigde dat de stad Ninevé binnen veertig dagen verwoest zou worden, bleef de ondergang van de stad uit, omdat de bewoners zich bekeerden en in gebed tot God gingen (Jona 3). De profeet Jesaja werd door de Here naar koning Hizkía gestuurd om hem zijn dood aan te zeggen. Hizkía vroeg in een ernstig gebed aan God om genezing. Daarop werd Jesaja voor de tweede keer naar hem toegezonden. Deze keer kon hij vertellen dat God zijn leven met vijftien jaar zou verlengen. Dit alles op grond van een serieus gebed. Zie 2 Koningen 20:1-11.
Zelfs doden zijn na een oprecht gebed weer tot leven gebracht. Bij de oude profeten, zowel als bij Jezus en de apostelen. Ten tijde van de profeet Elisa verloor een vrouw uit Sunem haar zoon door een ziekte. Zij besloot Elisa te roepen. Toen hij de dode jongen zag, ging hij in gebed tot God. ‘Daarna kwam Elisa het huis binnen en zie, daar lag de jongen dood op zijn bed. Toen Elisa binnengegaan was, sloot hij de deur achter hen beiden en bad tot de Here. Daarna ging hij bovenop de knaap liggen; hij legde zijn mond op diens mond, zijn ogen op diens ogen, zijn handen op diens handen, en boog zich zo over hem heen. Daarop werd het lichaam van de knaap warm. Daarna keerde hij terug en ging eenmaal het huis op en neer; dan ging hij naar boven en boog zich over hem heen. Toen niesde de jongen zevenmaal en opende zijn ogen.’ 2 Koningen 4:32-35.
Johannes 11:1-46 vertelt van de opwekking door Jezus van Lazarus, en in Handelingen 9:36-43 wordt verhaald van het weer tot leven komen van Dorkas door het gebed van Petrus.
Bidden: het ademen der ziel
Het gebed wordt wel het ademen der ziel genoemd. Zoals het lichaam zonder zuurstof niet kan bestaat, zo bestaat er ook geen werkelijk geestelijk leven zonder gebed. Een gelovige behoeft zich niet te beklagen dat hij eenzaam en verlaten is, dat hij niemand heeft waarmee hij zijn probleem kan bespreken. Hij heeft in Jezus een Vriend gevonden die al zijn zorgen begrijpt en die bereid is te helpen. Hij zal zeker ook de donkere kant van het leven leren kennen. Hij weet dat zijn gebed geen tovermiddel is dat zijn levensweg overal en altijd effent. Hij kent strijd. Maar hij zal geduld en volharding leren, ook in het gebed. Hij weet dat Gods hand hem leidt, ook wanneer hij door een donker dal gaat. Door al deze ervaringen wordt zijn leven zinvol. Geleid door de hand van de oneindige Liefde wordt hij voor het eeuwige leven geschikt gemaakt. ‘Ten dage dat ik riep, hebt Gij mij geantwoord, Gij hebt mij bemoedigd met kracht in mijn ziel.’ Psalm 138:3.
Tot slot van deze cursus nog enkele woorden uit het eerder geciteerde boekje van Ellen G. White, blz. 120-121: ‘Maak steeds uw verlangens, uw vreugde, uw verdriet, uw zorgen en uw vrees aan God bekend. U kunt Hem niet vermoeien. Hij, die de haren van uw hoofd telt, staat niet onverschillig tegenover de verlangens van Zijn kinderen. De Schrift zegt dat “de Here rijk is aan barmhartigheid en ontferming.” Jakobus 5:11. Zijn liefdevolle hart wordt door ons verdriet geraakt, zodra we erover spreken. Ga met alles wat u niet kunt oplossen naar Hem toe. Niets is voor Hem te zwaar om te dragen. Hij houdt immers de werelden in stand en heerst over alle aangelegenheden in het heelal. Niets dat op enige manier met onze vrede te maken heeft, is te klein voor Hem om op te merken. Er is geen hoofdstuk in onze ervaring, dat te zwart is voor Hem om te lezen. Er is geen probleem, dat zo moeilijk is, dat Hij er niet uit kan komen. Geen ramp kan over de geringste van Zijn kinderen komen, geen vrees kan angst aanjagen; er kan geen vreugde zijn en geen ernstig gebed kan van de lippen komen, of de hemelse Vader ziet het en stelt er belang in. “Hij geneest de verbrokenen van hart en verbindt hun wonden.” Psalm 147:3. De relatie tussen God en elk individu is zo duidelijk en volledig, alsof er niemand anders was, voor wie Hij Zijn geliefde Zoon heeft gegeven.’
Hiermee zijn we gekomen aan het einde van onze cursus. Het is onze wens dat deze woorden u als cursist mogen ondersteunen en bemoedigen in zowel het dagelijks leven als in het onderzoek van de Schriften. De Schriften, ‘(…) die u wijs kunnen maken tot zaligheid door het geloof in Christus Jezus’ (2 Timotheüs 3:15), zodat u een persoonlijke band met de Heiland Jezus Christus mag opbouwen en versterkt mag worden ‘in de tegenwoordige waarheid’. 2 Petrus 1:12, Statenvertaling.