Leven als Discipel — Les 1 van 5
Les 16: Wedergeboorte/bekering
Inleiding
Intelligentie, een goede baan, financiële onafhankelijkheid, enz. maken iemand niet zonder meer gelukkig en het zijn geen zekerheden voor innerlijke vrede. Miljoenen mensen zijn niet gelukkig en de reden daarvoor is hen niet altijd duidelijk. Velen kennen het doel niet van hun leven. Na een onzeker bestaan, lijden en ellende sterven ze. Wat was het doel van zo’n leven? En is er wel een reden voor het bestaan?
Een leven is zinvol als er hoop is op iets beters, als niet het einde alleen maar de dood is, als er innerlijke vrede gevonden wordt, onafhankelijk van de omstandigheden waarin we verkeren. Het evangelie brengt ons die hoop, ziet over het graf heen naar een eeuwig leven.
Maar in onze huidige toestand is het niet mogelijk om dat toekomstige koninkrijk te ontvangen. Er moet iets met ons gebeuren, *‘Want allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods’ Romeinen 3:23. ‘Indien wij zeggen, dat wij geen zonde hebben, misleiden wij onszelf en de waarheid is in ons niet.’ 1 Johannes 1:8.*Wat moet er dan met ons gebeuren om geschikt te zijn als bewoner van de komende wereld? We moeten voldoen aan Gods voorwaarden. We moeten, zoals de bijbel het noemt, opnieuw geboren worden. Dat wil zeggen, onze manier van leven moet in harmonie zijn met Gods wil.
Opnieuw geboren worden
Eeuwen geleden ging een lid van het Sanhedrin, de Hoge Raad der Joden, ‘s nachts naar Jezus om Hem te spreken. Zijn naam was Nicodemus. Hij had gehoord van Jezus’ leer en was er diep van onder de indruk geraakt. Hij wenste meer van deze grote Leraar te weten. Het eerste wat Jezus hem vertelde was dit: *‘Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij iemand wederom geboren wordt, kan hij het Koninkrijk Gods niet zien.’ Johannes 3:3.*En direct daarna werd hem de betekenis van zo’n wedergeboorte verklaard. ‘Jezus antwoordde: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij iemand geboren wordt uit water en Geest, kan hij het Koninkrijk Gods niet binnengaan. Wat uit het vlees geboren is, is vlees, en wat uit de Geest geboren is, is geest. Verwonder u niet, dat Ik u gezegd heb: Gijlieden moet wederom geboren worden.’ Johannes 3:5-7.
Uit de Geest geboren worden betekent nieuw leven ingeblazen krijgen. Anders gezegd, afstand doen van oude, verkeerde neigingen en in harmonie komen met God. Dat is de voorwaarde om het koninkrijk van God binnen te gaan. Wanneer onze beweegredenen niet in overeenstemming zijn met Gods geopenbaarde wil, dan zijn zij een struikelblok en zullen we tenslotte ervaren dat het loon van de zonde de dood is. (Romeinen 6:23).
Paulus beschrijft hen die zonder God leven als volgt: ‘Vervuld van allerlei onrechtvaardigheid, boosheid, hebzucht en slechtheid, vol nijd, moord, twist, list en kwaadaardigheid; oorblazers, lasteraars, haters van God, verwatenen, overmoedigen, grootsprekers, vindingrijk in het kwaad, hun ouders ongehoorzaam; onverstandig, onbestendig, zonder hart of barmhartigheid.’ Romeinen 1:29-31.
Hij zegt ook dat er geen verwantschap bestaat tussen de natuurlijke, of, zoals de bijbel het noemt, vleselijke mens, en een geestelijk ingesteld mens. ‘Want zij, die naar het vlees zijn, hebben de gezindheid van het vlees, en zij, die naar de Geest zijn, hebben de gezindheid van de Geest. Want de gezindheid van het vlees is de dood, maar de gezindheid van de Geest is leven en vrede. Daarom dat de gezindheid van het vlees vijandschap is tegen God; want het onderwerpt zich niet aan de wet Gods; trouwens, het kan dat ook niet: zij, die in het vlees zijn, kunnen Gode niet behagen.’ Romeinen 8:5-8.
Daarom is, zoals Jezus tegen Nicodémus zei, een wedergeboorte nodig. En die is slechts te verkrijgen, wanneer we ons daarvoor openstellen. De Heilige Geest bewerkt zo’n wedergeboorte. Jezus vergelijkt de werking van de Heilige Geest met de wind. ‘De wind blaast, waarheen hij wil, en gij hoort zijn geluid, maar gij weet niet, vanwaar hij komt of waar hij heengaat; zo is een ieder, die uit de Geest geboren is.’ Johannes 3:8.
De weg tot wedergeboorte
Een zieke die niet wil toegeven dat hij ziek is, kan door de beste arts niet geholpen worden. Velen willenniet toegeven dat ze zondigen, reden waarom zij van deze ‘kwaal’ niet kunnen genezen. Toen Jezus bij Matthéüs te gast was, waren daar ‘vele tollenaars en zondaars’ aanwezig.‘En toen de Farizeeën dit zagen, zeiden zij tot zijn discipelen: Waarom eet uw meester met de tollenaars en zondaars? Hij hoorde het en zeide: Zij, die gezond zijn, hebben geen geneesheer nodig maar zij, die ziek zijn.’ Matthéüs 9:11-12.
De geesteshouding die we nodig hebben om God de mogelijkheid te geven ons te helpen wordt genoemd door de profeet Jesaja. *‘Want zo zegt de Hoge en Verhevene, die in eeuwigheid troont en wiens naam de Heilige is: In den hoge en in het heilige woon Ik en bij de verbrijzelde en nederige van geest, om de geest der nederigen en het hart der verbrijzelden te doen opleven.’ Jesaja 57:15.*Maar over de hoogmoedigen zegt Gods Woord: ‘Iedere hooghartige is de Here een gruwel; voorwaar, hij blijft niet ongestraft.’ Spreuken 16:5.
En tegen degenen die hun zonden bekennen en naar bevrijding en vrede met God op zoek zijn, zegt het: ‘Komt toch en laat ons tezamen richten, zegt de Here; al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw; al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol.’ Jesaja 1:18.
Bekering en de gevolgen
Wedergeboorte en bekering staan in nauw verband met elkaar. Bij de geboorte van een kind begint er een nieuw leven, een leven dat zich langzamerhand ontwikkelt tot volwassenheid. Zo is de wedergeboorte een nieuwe start, een geestelijk opnieuw geboren worden. Daarna moet er een groei plaatsvinden, een voortdurende geestelijke vooruitgang, een bekering. Bekering zou je kunnen zien als een groeien tot geestelijke volwassenheid, een volwassenheid die Paulus als volgt beschrijft: ‘Totdat wij allen de eenheid des geloofs en der volle kennis van de Zoon Gods bereikt hebben, de mannelijke rijpheid, de maat van de wasdom der volheid van Christus.’ Efeze 4:13.
Na de wedergeboorte bewandelen we een pad dat in een andere richting voert dan de oude weg die we gingen. We gaan een weg in overeenstemming met Gods wil. We hebben de uitnodiging van Jezus geaccepteerd die zegt: ‘Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven.’ Matthéüs 11:28.
De spreukendichter beschrijft het als volgt: ‘Mijn zoon, geef mij uw hart, laten uw ogen behagen hebben in mijn wegen.’ Spreuken 23:26.
God vraagt ons te kiezen voor deze andere weg en die keuze niet uit te stellen tot een later tijdstip. ‘(…) Heden, indien gij zijn stem hoort, verhardt uw harten niet.’ Hebreeën 4:7. ‘Zoekt de Here, terwijl Hij Zich laat vinden; roept Hem aan, terwijl Hij nabij is. De goddeloze verlate zijn weg en de ongerechtige man zijn gedachten en hij bekere zich tot de Here, dan zal Hij Zich over hem ontfermen; en tot onze God, want Hij vergeeft veelvuldig.’ Jesaja 55:6-7.
Koning David zei, toen hij overtuigd was van zijn zonde: ‘Wees mij genadig, o God, naar uw goedertierenheid, delg mijn overtredingen uit naar uw grote barmhartigheid; was mij geheel van mijn ongerechtigheid, reinig mij van mijn zonde. Want ik ken mijn overtredingen, mijn zonde staat bestendig vóór mij. Tegen U, U alleen, heb ik gezondigd, en gedaan wat kwaad is in uw ogen, opdat Gij rechtvaardig blijkt in uw uitspraak, zuiver in uw gericht.’ ‘Ontzondig mij met hysop, dan ben ik rein, was mij, dan ben ik witter dan sneeuw.’ Psalm 51:3-6, 9.
Hoe hoog de schuldenlast ook gestegen is, hoe zwaar ook het geweten verwond is, door de verdiensten van Jezus Christus aan het kruis van Golgotha wordt dat teniet gedaan. Als er een verandering van hart heeft plaatsgevonden, dat wil zeggen, wanneer we besloten hebben om niet meer naar onze eigen wil, maar naar de wil van God te leven, dan wordt de zondeschuld van ons weggenomen. Als er berouw is over de zonde, zal zij vergeven worden. Een dergelijke bekering heeft vanzelfsprekend gevolgen. Paulus noemt die gevolgen ‘vruchten van de Geest’. ‘Maar de vrucht van de Geest is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing.’ Galaten 5:22.
Een mooi voorbeeld van zo’n verandering van hart is de tollenaar Zachéüs. Hij zei tegen Jezus: ‘(…) Zie, de helft van mijn bezit, Here, geef ik de armen, en indien ik iemand iets heb afgeperst, vergoed ik het viervoudig.’ Lukas 19:8.
Na zo’n innerlijke ommekeer krijgt de bekeerde vrede en een gevoel van geluk, zoals hij nooit tevoren gekend heeft. Die buitengewone ervaring heeft er vaak toe bijgedragen dat zelfs lichamelijk lijden, dat een gevolg was van geestelijke druk, verdween. ‘Geliefden, als ons hart ons niet veroordeelt, hebben wij vrijmoedigheid tegenover God, en ontvangen wij van Hem al wat wij bidden, daar wij zijn geboden bewaren en doen wat welgevallig is voor zijn aangezicht.’ 1 Johannes 3:21-22.
Wanneer we met God verzoend zijn door Jezus en ons leven in Zijn dienst willen stellen, geldt voor ons ook de uitspraak van de godsman Nehemía: ‘(…) weest dus niet verdrietig, want de vreugde in de Here, die is uw toevlucht.’ Nehemía 8:11.
Iemand die bekeerd is, is een vrijgekochte zoon of dochter van God. Dat betekent dat zo iemand lid wordt van Gods gezin. ‘Doch allen, die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven om kinderen Gods te worden, hun, die in zijn naam geloven.’ Johannes 1:12. ‘Zo zijt gij dan geen vreemdelingen en bijwoners meer, maar medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods.’ Efeze 2:19. ‘En, dat gij zonen zijt, God heeft de Geest zijns Zoons uitgezonden in onze harten, die roept: Abba, Vader. Gij zijt dus niet meer slaaf, doch zoon; indien gij zoon zijt, dan zijt gij ook erfgenaam door God.’ Galaten 4:6-7.
De erfenis die voor hen is weggelegd is een leven zonder zorgen, verdriet en geweld op de nieuwe aarde. ‘Dan zal de Koning tot hen, die aan zijn rechterhand zijn, zeggen: Komt, gij gezegenden mijns Vaders, beërft het Koninkrijk, dat u bereid is van de grondlegging der wereld af.’ Matthéüs 25:34. ‘Maar de ootmoedigen beërven het land en verlustigen zich in grote vrede.’ ‘De Here kent de dagen der vromen, en hun erfdeel zal voor altoos bestaan.’ ‘De rechtvaardigen beërven het land en wonen daarin voor immer.’ Psalm 37:11, 18, 29.
Obstakels
Er zijn enige zaken die een werkelijke bekering in de weg staan. Bijvoorbeeld wanneer we menen dat bekering uitsluitend door eigen kracht tot stand gebracht kan worden. Op deze wijze sluiten we de kracht van de Heilige Geest buiten, evenals de gerechtigheid van Christus. Een dergelijke bekering zal van korte duur zijn. Ook de gedachte dat God het niet zo nauw neemt is een obstakel op de weg van bekering. De mening dat God wel wat door de vingers ziet is onbijbels. Denk maar aan de zondvloed (Genesis 6-8). Nadat Noach gedurende hondertwintig jaar de mensen van zijn tijd waarschuwde voor de komende ramp die de aarde zou treffen, werd, toen de tijd was aangebroken, het vonnis zonder uitstel voltrokken. Een ander gevaar is de opvatting dat we te zondig zijn om ons te bekeren. Ook dat is, bijbels gezien, een misvatting. Er is altijd een weg terug.
Gods woord is vandaag niet meer populair. Misschien is één van de redenen dat het een oproep tot bekering inhoudt. Het vraagt ieder van ons een andere richting aan ons leven te geven, en we houden niet zo van verandering. Toch is het de moeite waard om die weg te gaan. Gods beloften zijn betrouwbaar, en óns kost het niets; Jezus heeft door Zijn sterven de prijs betaald*. ‘(…) En wie dorst heeft, kome, en wie wil, neme het water des levens om niet.’*Openbaring 22:17.
<