Het Kosmisch Conflict Les 1 van 4 in deze sectie
Les 4 van 21 19%

Het Kosmisch Conflict — Les 1 van 4

Les 4: De oorsprong van het kwaad

Inleiding

Zonde is een kenmerk van de mensheid. Hoe komt dat? Waarom bestaat er zonde, is er zo’n  onnoemelijk lijden en gebeuren er zulke verschrikkelijke rampen? We horen weerzinwekkende verslagen over misdaad en geweld. Waar ligt de oorsprong ervan, wat is zonde, en hoe en wanneer is zij ontstaan? Is er een oplossing voor dit eeuwenoude probleem van de zonde? In deze les willen wij proberen die vragen te beantwoorden door te speuren in de bron van alle wetenschap, Gods Woord.

Heeft het kwade altijd bestaan?

Laten we allereerst vaststellen wat zonde is. De bijbel geeft de volgende definitie: ‘Ieder, die de zonde doet, doet ook de wetteloosheid, en de zonde is de wetteloosheid.’ 1 Johannes 3:4. Zonde is dus overtreding van Gods wet.

God, en alles wat Hij gemaakt heeft, is volmaakt. De bijbel spreekt over een tijd dat het kwade niet bestond. De almachtige God was het enige voorwerp van aanbidding van alle intelligente wezens. Het was een tijd van volmaakte vrede en harmonie. Geluk vervulde het universum ‘terwijl de morgensterren tezamen juichten, en al de zonen Gods jubelden.’ Job 38:7.

Van alle geschapen wezens waren de engelen de meest intelligente, en zij bezaten grote schoonheid en kracht. ‘Looft de Here, gij zijn engelen, gij krachtige helden die Zijn woord volvoert, luisterend naar de klank van Zijn woord.’ Psalm 103:20. Zij waren Gods dienstknechten en voerden Zijn bevelen uit.

Er was één engel die alle andere in wijsheid en schoonheid overtrof. Onder de symbolische naam van de ‘koning van Tyrus’ schreef Ezechiël over hem: ‘Volmaakt zijt gij van gestalte, vol van wijsheid, volkomen schoon. In Eden waart gij, Gods hof; allerhande edelgesteente overdekte u: rode jaspis, chrysoliet en prasem, turkoois, chrysopraas en nefriet, lazuursteen, hematiet en malachiet. Van goud was het werkstuk, waarin zij waren gevat en aan u vastgehecht; toen gij geschapen werd, waren zij gereed. Gij waart een beschuttende cherub met uitgespreide vleugels; Ik had u een plaats gegeven: gij waart op de heilige berg der goden, wandelend te midden van vlammende stenen.’ Ezechiël 28:12-15.

In deze machtigste onder de engelen ontwikkelde zich een verkeerde, trotse geest die zijn zuivere natuur veranderde in een karakter van zonde en misleiding. Deze schoonste en meest wijze onder alle geschapen wezens droeg eens de naam ‘Morgenster’ (Engels: Lucifer, Jesaja 14:12). Hij bevond zich in de tegenwoordigheid van de grote Schepper. Als we de machtige positie die deze Morgenster innam bezien, dan kunnen we niet anders dan vaststellen dat er geen enkele reden voor het ontstaan van de zonde was. De zonde is een indringster en heeft geen recht van bestaan. Er is geen enkel steekhoudend argument voor aan te voeren. Het kwade verdedigen betekent haar bestaansrecht verschaffen.

Waar ontstond de zonde?

Zoals zo vaak in de geschiedenis van de mensheid is voorgekomen, was ook hier trots en begeerte de oorzaak van de val van Lucifer. Hij zei: ‘Ik zal ten hemel opstijgen, boven de sterren Gods mijn troon oprichten en zetelen op de berg der samenkomst ver in het noorden; ik wil opstijgen boven de hoogten der wolken, mij aan de Allerhoogste gelijkstellen.’ Jesaja 14:13-14.

Niet tevreden met zijn positie waagde Lucifer het om de eer die alleen de Schepper toekwam voor zichzelf op te eisen. In plaats van God te zien als Degene die recht had op de eerbewijzen van al Zijn schepselen, kwam hij ertoe tegen Hem op te staan. Hij overtrad hiermee het tiende gebod, dat zegt:  ‘Gij zult niet begeren (…)’ Exodus 20:17. Door trots kwam hij tot deze daad. ‘Hovaardij gaat vooraf aan het verderf, en hoogmoed komt voor de val.’ Spreuken 16:18.

Als Jezus tegenover de Joden een beschrijving van Satan, of de duivel – zoals Lucifer na zijn val genoemd wordt – geeft, zegt Hij: ‘Die was een mensenmoorder van den beginne en staat niet in de waarheid, want er is in hem geen waarheid. Wanneer hij de leugen spreekt, spreekt hij naar zijn aard, want hij is een leugenaar en de vader der leugen.’ Johannes 8:44.

Kan er zonde in de hemel bestaan?

De opstand van Lucifer was misleidend en in strijd met de hemelse wetten. Hij was zeer succesvol in zijn misleiding. Een groot deel van de engelen toonde sympathie voor zijn plannen. Jezus spreekt in Matthéüs 25:41 over ‘de duivel en zijn engelen’.

Tegenstrijdige principes kunnen niet naast elkaar bestaan; daarom leidde de opstand van Satan tot een oorlog in de hemel. Engelen streden tegen elkaar. Michaël, de Aartsengel, dat is Christus, was de Aanvoerder van de aan Hem trouw gebleven engelen. Hij zegevierde over Satan en zijn medestanders. ‘Er kwam oorlog in de hemel; Michaël en zijn engelen hadden oorlog te voeren tegen de draak; ook de draak en zijn engelen voerden oorlog, maar hij kon geen standhouden, en hun plaats werd in de hemel niet meer gevonden. En de grote draak werd (op de aarde) geworpen, de oude slang, die genaamd wordt duivel en de satan, die de gehele wereld verleidt; hij werd op de aarde geworpen en zijn engelen met hem.’ Openbaring 12:7-9. ‘Hoe zijt gij uit de hemel gevallen, gij morgenster, zoon des dageraads; hoe zijt gij ter aarde geveld, overweldiger der volken!’ Jesaja 14:12.

Christus, toen Hij op aarde was, getuigde van Lucifers val:  ‘Ik zag de satan als een bliksem uit de hemel vallen.’ Lukas 10:18.

Het kwaad voortgezet op de aarde

Nadat Satan en zijn engelen uit de hemel verdreven waren, kwam hij ertoe om de eerste man en vrouw die de zondeloze aarde beheerden te verleiden. ‘(…) Wee de aarde en de zee, want de duivel is tot u nedergedaald in grote grimmigheid, wetende, dat hij weinig tijd heeft.’ Openbaring 12:12.

Hoewel de bijbel beperkte informatie verschaft over de val van de mens, is toch wel duidelijk dat Satan de slang als medium gebruikte. Zij was het middel waardoor Eva verleid werd. En Eva, op haar beurt, bracht haar man Adam tot overtreding van Gods geboden. ‘De slang nu was het listigste van alle dieren des velds, die de Here God gemaakt had; en zij zei tot de vrouw: God heeft zeker wel gezegd: Gij zult niet eten van enige boom in de hof? Toen zei de vrouw tot de slang: Van de vrucht van het geboomte in de hof mogen wij eten, maar van de vrucht van de boom, die in het midden van de hof staat, heeft God gezegd: Gij zult daarvan niet eten noch die aanraken; anders zult gij sterven. De slang echter zei tot de vrouw: Gij zult geenszins sterven.’ Genesis 3:1-4.

Uit het verhaal van de zondeval valt op te maken dat Eva alleen was, toen ze naar de verleider luisterde. Adam was er niet bij toen de slang met haar sprak. Nadat zijzelf van de boom van kennis van goed en kwaad had gegeten, gaf ze ook haar man daarvan. Na hun zondeval bezaten ze geen macht meer om weerstand te bieden aan de verlokkingen van de duivel. Door hun ongehoorzaamheid aan Gods gebod ontstond het kwaad in de wereld. Ze waren nu afhankelijk van Satan; zij hadden in plaats van voor God, voor Zijn tegenstander gekozen. In les 6, ‘De val’, gaan we in op de gevolgen van deze overtreding.

Satan en zijn gevallen engelen volharden in het in verzoeking brengen van de mensen en in het tegenstaan van het werk van God. De verschrikkelijke resultaten zien we om ons heen. ‘Wordt nuchter en waakzaam. Uw tegenpartij, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, zoekende wie hij zal verslinden.’ 1 Petrus 5:8. ‘Doet de wapenrusting Gods aan, om te kunnen standhouden tegen de verleidingen des duivels; want wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten.’ Efeze 6:11-12.

Hoewel we onbekend kunnen zijn met het bestaan van Satan, en onkundig over zijn plannen, wil dat niet zeggen dat we niet met hem te doen zullen hebben. Hij dringt binnen in elke familie, kerk, en regering, kortom in iedere menselijke organisatie, om zijn misleidende werk te doen: zielen verwoesten en breuken in menselijke verhoudingen bewerkstelligen. Hij zaait haat en afgunst en zet aan tot moorden. En velen, waaronder ook christenen, menen dat deze dingen van God komen en door Hem zo zijn gewild. Maar de bijbel spreekt dat resoluut tegen.  ‘Laat niemand, als hij verzocht wordt, zeggen: Ik word van Godswege verzocht. Want God kan door het kwade niet verzocht worden en Hijzelf brengt ook niemand in verzoeking. Maar zo vaak iemand verzocht wordt, komt dit voort uit de zuiging en verlokking zijner eigen begeerte. Daarna, als die begeerte bevrucht is, baart zij zonde; en als de zonde volgroeid is, brengt zij dood voort.’ Jakobus 1:13-15.

Waarom werd de zonde toegelaten?

Toen Satan uit de hemel werd geworpen vernietigde God, in Zijn oneindige wijsheid, hem niet dadelijk. De bewoners van het universum, niet in staat om de natuur en de gevolgen van de zonde te overzien, hadden dan daarin niet Gods rechtvaardigheid gezien. Als Satan dadelijk verdelgd zou zijn, dan zouden sommigen God gaan dienen uit angst en niet uit liefde. Het was daarom noodzakelijk dat voor het hele universum de principes van de zonde zich in zijn volheid zouden ontwikkelen voordat Satan zijn straf zou ontvangen. De rechtvaardigheid en barmhartigheid van een onveranderlijke God en de onwankelbaarheid van Zijn wet moesten voor altijd boven alle twijfel verheven zijn. ‘(…) Groot en wonderbaar zijn uw werken, Here God, Almachtige; rechtvaardig en waarachtig zijn uw wegen, Gij, Koning der volkeren! Wie zou u niet vrezen, Here, en Uw naam niet verheerlijken? Immers, Gij alleen zijt heilig. Want alle volken zullen komen en zullen voor U nedervallen in aanbidding, omdat uw gerichten openbaar zijn geworden.’ Openbaring 15:3-4.

Het einde van de zonde

Het einde van de zonde is niet ver meer. Zij zal voor altijd worden vernietigd. Satan, de aanstichter van de zonde, en zijn navolgers zullen de eeuwige dood ontvangen. ‘Want zie, de dag komt, brandend als een oven! Dan zullen alle overmoedigen en allen die goddeloosheid bedrijven, zijn als stoppels, en de dag die komt, zal hen in brand steken – zegt de Here der heerscharen – welke hun wortel noch tak zal overlaten.’ Maleachi 4:1. ‘Dan zal Hij ook tot hen, die aan Zijn linkerhand zijn, zeggen: Gaat weg van Mij, vervloekten, naar het eeuwige vuur, dat voor de duivel en zijn engelen bereid is.’ Matthéüs 25:41.

Zowel de zonde, als de dood, die daarvan een gevolg is, zullen nooit meer voorkomen, want ‘geen tweemaal verheft zich de benauwdheid.’ Nahum 1:9.

De aarde zal in zijn oorspronkelijke pracht hersteld worden; zonde en dood zullen er niet meer voorkomen en zij die gered zijn, zullen daar hun eeuwig tehuis vinden.  ‘Wij verwachten echter naar Zijn belofte nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont.’ 2 Petrus 3:13. ‘En Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geklaag, noch moeite zal er meer zijn, want de eerste dingen zijn voorbijgegaan. En Hij, die op de troon gezeten is, zei: Zie, Ik maak alle dingen nieuw. En Hij zei: Schrijf, want deze woorden zijn getrouw en waarachtig.’ Openbaring 21:4-5.

De luister van dat beloofde land zal onze meest fantastische voorstellingen overtreffen. ‘(…) Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en wat in geen mensenhart is opgekomen, al wat God heeft bereid voor degenen, die Hem liefhebben.’ 1 Korinthe 2:9.

Gods woord is waar en Zijn beloften falen nooit. Daarom: ware christenen hebben een goede toekomst.