Leven als Discipel — Les 4 van 5
Les 19: Gezondheid door een juiste levensstijl
Inleiding
Bij elk nieuw apparaat dat op de markt gebracht wordt, geeft de fabrikant een handleiding die er toe dient om het in een zo goed mogelijke staat te houden, zodat een langdurig gebruik gewaarborgd is. De ontwerper en bouwer is het best op de hoogte van dat wat voor zo’n gebruik nodig is. Het is daarom ook verstandig om de door hem gegeven richtlijnen te volgen.
Aan ieder van ons is de zorg van een levende machine toevertrouwd die veel complexer is dan welk apparaat ook. Deze levende machine is het menselijk lichaam. Wanneer we de wonderlijke werking van onze ogen, oren, hersenen, ons hart, enz. beschouwen, dan kunnen we niet anders dan met David zeggen: ‘Ik loof U, omdat ik gans wonderbaar ben toebereid, wonderbaar zijn Uw werken; mijn ziel weet dat zeer wel. Mijn gebeente was voor u niet verholen, toen ik in het geborgene gemaakt werd, gewrocht in de diepten van het aardrijk; Uw ogen zagen mijn vormeloos begin; in Uw boek waren zij alle opgeschreven, de dagen, die geformeerd zouden worden, toen nog geen daarvan bestond. Hoe kostelijk zijn mij Uw gedachten, o God, hoe overweldigend is haar getal.’ Psalm 139:14-17.
God heeft ons een handleiding gegeven om ons lichaam in de beste conditie te houden. Zijn Woord geeft daarvoor verschillende belangrijke richtlijnen. Een van de redenen dat er zoveel lijden en ziekte is, is dat we zo vaak aan deze voorschriften, bewust of onbewust, voorbijgaan. Maar de Here zegt door de evangelist Johannes: ‘Geliefde, ik bid, dat het u in alles wèl ga en gij gezond zijt, gelijk het uw ziel wèl gaat.’ 3 Johannes 2.
Natuurlijk kun je zeggen: ‘Mijn lichaam is mijn eigendom, ik doe er mee wat ik wil.’ Inderdaad hebben we die vrijheid, maar als we ons lichaam misbruiken, gaat er vroeg of laat iets verkeerd en brengen we onszelf schade toe. En dat niet alleen; we zijn niet van onszelf, we zijn het eigendom van God en Christus. ‘Of weet gij niet, dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest, die in u woont, die gij van God ontvangen hebt, en dat gij niet van uzelf zijt?’ 1 Korinthe 6:19-20.
Christus’ eigendom
Wij zijn Christus’ eigendom, en wel om twee redenen. In de eerste plaats is Hij onze Schepper, en ten tweede betaalde Hij de prijs voor onze verlossing met Zijn eigen bloed aan het kruis van Golgotha. Daarom raadt Paulus ons het volgende aan: ‘Ik vermaan u dan, broeders, met beroep op de barmhartigheden Gods, dat gij uw lichamen stelt tot een levend, heilig, en Gode welgevallig offer: dit is uw redelijke eredienst.’ Romeinen 12:1.
We zijn verantwoording verschuldigd tegenover onze Schepper voor de wijze waarop we ons lichaam behandelen, en eenmaal moeten we die verantwoording afleggen. ‘Want wij moeten allen voor de rechterstoel van Christus openbaar worden, opdat een ieder wegdrage wat hij in zijn lichaam verricht heeft, naardat hij gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad.’ 2 Korinthe 5:10.
Ons lichaam is bestemd om een woning, een tempel voor de Heilige Geest te zijn. ‘Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt en dat de Geest Gods in u woont? Zo iemand Gods tempel schendt, God zal hem schenden. Want de tempel Gods, en dat zijt gij, is heilig!’ 1Korinthe 3:16-17.
Laten we om die reden dan ook de ‘gebruiksaanwijzing’ die de bijbel op dit punt bevat nauwkeurig onderzoeken en de daarin gegeven aanwijzingen opvolgen.
Jezus’ beproeving
‘Of gij dus eet of drinkt, of wat ook doet, doet het alles ter ere Gods.’ 1 Korinthe 10:31.
Het voornaamste gezondheidsprincipe is dat we alles doen tot eer van onze Schepper. Jezus is ons grote Voorbeeld in alle dingen. Hij werd verzocht in de eetlust, en dat nadat Hij veertig dagen gevast had. Toch behaalde Hij de overwinning. Zie Matthéüs 4:1-11. En Hij schenkt ons Zijn kracht om te zegevieren over onze verkeerde eet- en leefgewoonten. ‘En de verzoeker kwam en zeide tot Hem: Indien Gij Gods Zoon zijt, zeg dan, dat deze stenen broden worden. Maar Hij antwoordde en zeide: Er staat geschreven: Niet alleen van brood zal de mens leven, maar van alle woord, dat uit de mond Gods uitgaat.’ Matthéüs 4:3-4.
Jezus’ eerste beproeving betrof, net zoals onze eerste ouders, de eetlust. Helaas faalden Adam en Eva bij deze test. Zie Genesis 3:1-19. Jezus trad de verleiding tegemoet met het Woord van God ‘Er staat geschreven’, en ons wordt aangeraden om ‘(…) ook zelf zó te wandelen, als Hij gewandeld heeft.’ 1 Johannes 2:6.
Het oorspronkelijke voedsel voor de mens
God wist als maker van Adam en Eva wat het beste voedsel voor hen was. Hij gaf ze het volgende dieet: ‘En God zeide: Zie, ik geef u al het zaaddragend gewas op de gehele aarde en al het geboomte, waaraan zaaddragende vruchten zijn; het zal u tot spijze dienen.’ Genesis 1:29.
In het begin bestond het dieet van de mens uit fruit, noten en granen. Verder at men van de vruchten van ‘de boom des levens’, die midden het paradijs stond (Genesis 2:9). Na de zondeval, die teweeggebracht werd door te eten van de boom van kennis van goed en kwaad, werd de weg tot de boom des levens afgesloten. ‘En de Here God zeide: Zie, de mens is geworden als Onzer een door de kennis van goed en kwaad; nu dan, laat hij zijn hand niet uitstrekken en ook van de boom des levens nemen en eten, zodat hij in eeuwigheid zou leven. Toen zond de Here God hem weg uit de hof van Eden om de aardbodem te bewerken, waaruit hij genomen was. En Hij verdreef de mens en Hij stelde ten oosten van de hof van Eden de cherubs met een flikkerend zwaard, dat zich heen en weer wendde, om de weg tot de boom des levens te bewaken.’ Genesis 3:22-24.
Verder kwam er een toevoeging aan het oorspronkelijke dieet: *‘(…) gij zult het gewas des velds eten.’ Genesis 3:18.*Behalve vruchten, noten en granen kreeg de mens nu ook groente als voedsel.
Ruim 1600 jaar later, na de zondvloed, werd de mens uit noodzaak toegestaan vlees te eten. Wat zeer opmerkelijk is, is dat men vóór de zondvloed de leeftijd van meer dan 900 jaar bereikte, terwijl die daarna terugliep tot zo’n 70 à 80 jaar. Zie Psalm 90:10.
Het eten van vlees was wel aan beperkingen gebonden. ‘Alleen vlees met zijn ziel, zijn bloed, zult gij niet eten.’ Genesis 9:4. ‘Dit zij een altoosdurende inzetting voor uw geslachten in al uw woonplaatsen: gij zult volstrekt geen vet en geen bloed eten.’ Leviticus 3:17.
Verder werd er nog onderscheid gemaakt tussen rein en onrein vlees. Alleen het reine diende tot voedsel. Zie Leviticus 11.
Later heeft God Zijn volk weer teruggebracht tot een vleesloos dieet. Toen Israël na de Egyptische slavernij op weg was, door de woestijn, naar het beloofde land, kreeg zij ‘brood uit de hemel’ te eten. ‘Toen zeide de Here tot Mozes: Zie, Ik zal voor u brood uit de hemel laten regenen; dan zal het volk uitgaan en verzamelen zoveel als voor elke dag nodig is, opdat Ik het op de proef stelle, of het al dan niet wandelt naar Mijn wet.’ Exodus 16:4.
Onderzoekers hebben vastgesteld dat, vooral in onze moderne samenleving, de meeste mensen verkeerd eten en drinken. Een verkeerde eet- en leefwijze is de oorzaak van veel ziekten en kwalen. Het is een gevolg van overtreding van door God gegeven natuurwetten voor de instandhouding van het lichaam. Je doet verkeerd als je daar geen acht op slaat.
Verlossing is bevrijding van zonde, dus ook van verkeerde gewoonten die ingaan tegen Gods Woord. Niet alleen gezond voedsel, maar ook een gebruik van natuurlijke middelen en een juiste levenshouding heeft zijn positieve invloed op de gezondheid. De volgende bijbelteksten bevestigen dat.
‘Indien gij aandachtig luistert naar de stem van de Here, uw God, en doet wat recht is in zijn ogen, en uw oor neigt tot Zijn geboden en al Zijn inzettingen onderhoudt, zal Ik u geen enkele van de kwalen opleggen, die Ik de Egyptenaren opgelegd heb; want Ik, de Here, ben uw Heelmeester.’ Exodus 15:26.
‘Dus daalde hij (Naäman) af en dompelde zich zevenmaal onder in de Jordaan, naar het woord van de man Gods; en zijn lichaam werd weer gezond als het lichaam van een kleine jongen, en hij was rein.’ 2 Koningen 5:14.
Toen koning Hizkia ernstig ziek was, gaf de profeet Jesaja hem de volgende raad: ‘Neemt een vijgenkoek. En zij namen die en legden hem op de zweer. Toen genas hij.’ 2 Koningen 20:7.
‘Een vrolijk hart bevordert de genezing, maar een verslagen geest doet het gebeente verdorren.’ Spreuken 17:22.
‘Belijdt daarom elkander uw zonden en bidt voor elkander, opdat gij genezing ontvangt. Het gebed van een rechtvaardige vermag veel, doordat er kracht aan verleend wordt.’ Jakobus 5:16.
‘Is het niet, dat gij voor de hongerige uw brood breekt en arme zwervelingen in uw huis brengt, ja, als gij een naakte ziet, dat gij hem bekleedt en u niet onttrekt aan uw eigen vlees en bloed? Dan zal uw licht doorbreken als de dageraad en uw wond zich spoedig sluiten; uw heil zal voor u uitgaan, de heerlijkheid des Heren zal uw achterhoede zijn.’ Jesaja 58:7-8.
Toen de apostel Petrus door Gods kracht iemand genezen had, gaf hij daarvoor de volgende verklaring: ‘En op het geloof in Zijn naam heeft Zijn naam deze, die gij ziet en kent, sterk gemaakt; en het geloof door Hem heeft hem dit volkomen herstel gegeven in u aller tegenwoordigheid.’ Handelingen 3:16.
Nadat Jezus een lamme man genezen had zei Hij tegen hem: ‘(…) Zie, gij zijt gezond geworden; zondig niet meer, opdat u niet iets ergers overkome.’ Johannes 5:14.
Verschillende genotsmiddelen schadelijk
Miljoenen mensen over de hele wereld zijn verslaafd aan gebruiken en gewoonten die schade toebrengen aan lichaam en geest. De handel en het gebruik van verdovende middelen is enorm toegenomen. Velen worden daardoor in het verderf gestort. Maar niet alleen narcotica, ook tabak en alcohol hebben een verslavende en vernietigende werking. Over dat laatste zegt de bijbel onder meer het volgende: ‘De wijn is een spotter, de drank een luidruchtige, ieder die zich daaraan overgeeft, is onwijs.’ Spreuken 20:1. ‘Zie niet naar de wijn, wanneer hij roodachtig fonkelt, wanneer hij in de beker parelt; vlot glijdt hij naar binnen, ten slotte bijt hij als een slang en spuwt gif als een adder.’ Spreuken 23:31-32.
‘Wee hun die reeds des morgens vroeg bedwelmende drank zoeken; die laat in de nacht opblijven, terwijl de wijn hen verhit.’ Jesaja 5:11.
Met deze wijn en sterke drank is steeds bedoeld de gegiste, alcoholhoudende wijn, niet de ongegiste wijn of druivensap. De wijn die Jezus maakte (Johannes 2:1-10) en dronk (Matthéüs 26:26-29) was geen alcoholhoudende wijn. De eminente negentiende-eeuwse Joodse rabbi S.M. Isaac zegt hierover: ‘De Joden gebruiken bij hun feesten met een geheiligd doel, inclusief het huwelijksfeest, nooit gegiste dranken. Bij hun offer, zowel privé als openbaar, gebruiken zij de vrucht van de wijnstok – dat is verse druiven, ongegiste druivensap en rozijnen – als een symbool van zegen. Gisting is voor hen altijd een symbool van corruptie.’
Matigheid
God heeft bekendgemaakt wat goed voor ons is en wat niet. Je kunt zeggen dat het geen kwaad kan deze genotsmiddelen te gebruiken als je maar matig bent. Maar wat is de werkelijke betekenis van matigheid? Onthouding van alles wat schadelijk is en een matig gebruik van dat wat goed is. ‘Weet gij niet, dat zij, die in de renbaan lopen, allen wel lopen, doch dat slechts één de prijs kan ontvangen? Loopt dan zó, dat gij die behaalt! En al wie aan een wedstrijd deelneemt, beheerst zich in alles; zij om een vergankelijke erekrans te verkrijgen, wij om een onvergankelijke. Ik loop dan ook niet maar in den blinde en ik ben geen vuistvechter, die zo maar in de lucht slaat. Neen, ik tuchtig mijn lichaam en houd het in bedwang, om niet, na anderen gepredikt te hebben, wellicht zelf afgewezen te worden.’
1 Korinthe 9:24-27.
En ook voor de voeding kunnen de volgende woorden gelden: ‘Dwaalt niet, God laat niet met Zich spotten. Want wat een mens zaait, zal hij ook oogsten.’ Galaten 6:7.
Verder kun je onder matigheid ook verstaan een verstandig gebruik van medicijnen. In sommige gevallen kan de bijwerking van een medicijn ernstiger zijn dan de kwaal zelf.
Zo gezond mogelijk
Honderd procent gezonde mensen zullen wel niet meer te vinden zijn. Sinds de zondeval is het menselijke ras in vitaliteit achteruitgegaan. Ondanks de geweldige vooruitgang der medische wetenschap komen nog steeds ernstige ziektes voor, die soms zelfs epidemische vormen aannemen. Het totaal uitroeien van alle ziektes moet als een onmogelijkheid worden beschouwd. Niettemin kan veel leed verminderd en verzacht worden. Dat kan geschieden door een doordacht gezamenlijk toepassen van bovengenoemde mogelijkheden.
We vatten ze nog eens samen:
- Met betrekking tot de voeding: het volgen van een bijbelse leefwijze, o.a. terugkeer tot een zo oorspronkelijk mogelijk dieet (Genesis 1:29, Genesis 3:18).
- Een natuurlijke geneeswijze (2 Koningen 5:14, 2 Koningen 20:7).
- Belijdenis van zonde en gebed (Jakobus 5:16).
- Je openstellen voor de nood van anderen (Jesaja 58:7-8).
- Geloof en vertrouwen (Handelingen 3:16).
- Niet zondigen, zich houden aan Gods geboden (Johannes 5:14).
- Het achterwege laten van schadelijke genotsmiddelen (1 Korinthe 6:19-20).
- Een verstandig gebruik van de huidige medische mogelijkheden.